Buitenland, Tech

Zelfs op Berkeley is het debat volledig verziekt

Het gaat een uurtje goed. Het is donderdagavond in een vol, zweterig zaaltje op de campus van de University of California, Berkeley. Terwijl er buiten politiebewaking staat, debatteren zo’n honderd mensen over, zoals de organisatie het noemt, de Slag om Berkeley. De hoofdspreker, maoïst Sunsara Taylor, betoogt waarom het „gerechtvaardigd, nee: zelfs goed” is om „de fascisten” van de campus van de universiteit te verdrijven.

Maoïstische activist Sunsara Taylor

Taylor, een kleine vrouw, verborgen achter een spreekgestoelte, zegt: „We moeten het gif uitroeien. We moeten ze de mond snoeren. De fascisten zijn geen marginale beweging meer. Ze beheersen het Witte Huis, het Congres, de staten, het leger, de rechterlijke macht. Ze zullen onze democratische rechten afpakken. Als we niet massaal in opstand komen, komt er een ramp voor de mensheid.”

Sunsara Taylor verwijst naar een aanhoudende spiraal van spanning, intimidatie en soms zelfs geweld op een van de meest progressieve universiteiten van de Verenigde Staten. Toespraken van twee radicale sprekers, de extreem-rechtse Trump-sympathisanten Milo Yiannopoulos en Ann Coulter, zijn op het laatste moment afgelast. Anti-fascisten en conservatieven hebben op de campus met elkaar gevochten. Er zijn branden gesticht.

Het politieke debat is al maanden verziekt in de Verenigde Staten. Het neerschieten op een honkbalveld van de Republikeinse majority whip in het Congres, Steve Scalise, was afgelopen week een nieuw dieptepunt in een langdurig proces van democratische onttakeling. De schutter, de 66-jarige James Hodgkinson, had op Facebook een oproep geplaatst om „Trump & Co” te „vernietigen”. Hodgkinson plaatste linkse complottheorieën, en noemde Trump „de grootste eikel die ooit in de Oval Office heeft gewoond”.

Hodgkinson is een symptoom van een proces dat al in de Obama-jaren begon. Al voordat Donald Trump zich kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen, was Amerika gespleten tussen progressief en conservatief. Beide groepen hebben hun eigen media, hun eigen Facebook-tijdlijn, hun eigen vrienden.

De opkomst van Trump maakte die scheiding absoluut. Trumps uitspraken over Mexicaanse migranten („verkrachters, moordenaars”), demonstranten („sla ze verrot”), vrouwen („je kunt alles met ze doen, ze bij hun kutje grijpen”) maakten het debat vulgair en rauw. Hij zinspeelde soms op geweld tegen politieke tegenstanders, zoals bij Clinton: „Hillary wil het Tweede Amendement [dat vuurwapenbezit regelt] afschaffen. Als zij haar rechters mag kiezen, kunnen we niets meer doen, folks. Hoewel de mensen van het Tweede Amendement… misschien is er wel iets. Ik weet het niet.”

Free Speech Cafe

‘Polarisatie’, ‘scheiding’, ‘bubbels’ – het zijn abstracte begrippen. Tot je een weekje op de campus van Berkeley rondloopt, aan de Amerikaanse westkust. De linkse universiteit speelde een hoofdrol in de Free Speech-beweging van de jaren 60. Duizenden studenten demonstreerden op het centrale plein voor hun recht zich politiek te organiseren. De studenten, onder leiding van Mario Savio, wonnen van het universiteitsbestuur en de politie. Berkeley werd een vrijhaven voor politiek debat. Er is een Free Speech Cafe, op de Mario Savio Trap op het centrale plein mag iedereen elk moment het woord nemen. In het universiteitsrestaurant hangt een citaat van Diogenes: „Het mooiste in de wereld is de vrijheid van meningsuiting.”