Gezondheid

Ze willen straks heel Nederland gek maken

Nee, haar collega Dick Advocaat heeft ze nog niet gesproken over het komende EK, vertelt vrouwenbondscoach Sarina Wiegman in het spelershotel in Zeist. Wel heeft ze een aparte connectie met ‘de kleine generaal’, die onlangs zijn terugkeer bij Oranje vierde met een 5-0 zege op Luxemburg.

„Advocaat is ooit één wedstrijd coach van het Nederlands vrouwenteam geweest, precies toen ik debuteerde. In 1987, uit tegen Noorwegen, gelijkspel volgens mij. Ik was pas 16 of 17 jaar. Van Advocaat als coach kan ik me niet veel meer herinneren. Hij kwam net als ik uit het Haagse, ik kende hem wel als voetballer.”

Voordat Advocaat en Oranje eind augustus hun moeilijke strijd vervolgen om zich te plaatsen voor het WK van 2018, zijn de schijnwerpers deze zomer gericht op coach Wiegman en het Nederlands vrouwenteam. Op 16 juli begint het EK in eigen land. Deze week werd de 23-koppige selectie bekend, alle poulewedstrijden (Noorwegen, Denemarken en België) zijn al uitverkocht.

„Voor ons is het een geweldige kans om te laten zien hoe ambitieus en talentvol we zijn”, zegt Wiegman (47). „En hopelijk komen we zo ver in het toernooi dat we heel Nederland gek maken. Dat iedereen ons wil zien spelen.”

Een logische keuze

Louis van Gaal en Frank Rijkaard werden in januari genoemd als opvolger van de ontslagen vrouwenbondscoach Arjen van der Laan, die er vorig jaar niet in slaagde de Olympische Spelen in Rio te bereiken via een kwalificatietoernooi in eigen land. De KNVB koos voor Wiegman, sinds 2014 al assistent-bondscoach.

„Ik beschouw het als compliment voor het vrouwenvoetbal en de professionaliteit van deze groep dat zulke grote namen werden genoemd”, zegt Wiegman. Zelf coachte ze na een spelersloopbaan met 104 interlands onder meer de vrouwen van ADO en de mannen van Jong Sparta. „Ik ben trots dat ik dit mag doen. Eerlijk gezegd vond ik het ook een logische keuze van de bond. Ik heb alle bagage die nodig is.“

Idolen had ze niet

Hoe het ooit begon als zesjarig meisje, op straat en tussen de jongens bij ESDO, op de grens van Den Haag en Wassenaar. „Ik was gek van voetbal. Idolen had ik ook niet, in ieder geval geen vrouwen. Die waren er gewoon niet. Als jong meisje had ik op mijn kamer posters aan de muur van Wim Kieft en John van ’t Schip.” Ja, in veertig jaar is veel veranderd. „Ik zie het aan mijn eigen dochters. Ze willen per se een tenue van een van de speelsters van ons team. Geweldig. Bij Ajax zie je meiden nu lopen in shirts met Koster op de rug. Dafne is ook een idool en voorbeeld. Hartstikke belangrijk voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal.”

Haar eigen ogen gingen open bij het eerste (officieuze) WK van 1988 in China, waarvoor ook het Nederlands vrouwenteam werd uitgenodigd. „Een hele rijke ervaring, echt fantastisch. In Nederland waren we niets gewend. Vrouwenvoetbal was totaal nog niet geaccepteerd. We moesten altijd alles zelf regelen en belangstelling was er nauwelijks. Maar daar zaten 20.000 mensen op de tribune. We hadden mooie hotels. En tussen alle toplanden merkten we voor het eerst hoe goed we eigenlijk waren. Dat WK heeft diepe indruk op me gemaakt.”

De Amerikaanse bondscoach herkende haar talent en gedrevenheid, en haalde Wiegman naar zijn team van de University of North Carolina. „In Amerika was voetbal voor vrouwen echt topsport. Mijn ploeggenoten werden later olympisch en wereldkampioen. Zij waren helden van hun land.”

Zelf was Wiegman toen al teruggekeerd naar Nederland. „Ik zat daar in het voetbalparadijs, maar miste thuis. Ik had al een relatie met de man met wie ik inmiddels twee kinderen heb en zeventien jaar getrouwd ben. Goeie beslissing dus om terug te gaan. Ook al had je hier als profvoetballer geen perspectief. En trainers werden ook niet betaald.”

Maar de kiem was gelegd, in China en Amerika. „De gedachte was: vrouwenvoetbal in die setting, dat zou ik graag voor elkaar willen krijgen in Nederland.” Wiegman studeerde af aan de academie voor lichamelijke opvoeding, werd trainer bij de vrouwen van haar oude club Ter Leede en ADO. Pionier?

„Een van de wegbereiders”, zwakt ze af. „De ene generatie zorgt dat de volgende het beter krijgt. Pas twintig jaar later, toen we hier met de eredivisie begonnen, werd het een beetje gelijkwaardig met wat ik al in Amerika had meegemaakt. We zijn nu een paar generaties verder en aardig op weg.”

Als derde vrouw na Vera Pauw en Hesterine de Reus behaalde Wiegman het hoogste diploma: coach betaald voetbal. Als eerste trainde ze in 2016 profs bij de mannen, bij Jong Sparta. „Zij hebben hun nek voor me uitgestoken. Clubs zijn niet gewend dat een vrouw trainer wordt, je weet dat er soms gelachen zal worden. Je kunt daar zelf een beetje mee spelen. Verder gaat het er vooral om dat je je werk op orde hebt en er staat als je nodig bent. Dan maakt het niet uit of er een man of een vrouw voor de groep staat.”

Weinig vrouwen in het betaalde voetbal? „Dat is een van de speerpunten van de KNVB. Je ziet wel meer vrouwelijke artsen, ook op de bank in de eredivisie. In Duitsland gaat komend seizoen voor het eerst een vrouw [Bibiana Steinhaus] fluiten in de Bundesliga. Dat zijn grote stappen. Maar in technische functies valt nog veel te winnen.”

Good-old Foppe de Haan

Wiegman schreeuwt niet van de daken over emancipatie. „Nee, ik voel me geen voorvechter voor het vrouwenvoetbal of zo. Ik ben daar niet bewust mee bezig, nooit geweest ook. Ik doe gewoon wat ik heel leuk vind. Toen ik kon lopen, begon ik te voetballen. Dat is altijd zo gebleven. Mooi meegenomen dat er nu een vrouw bondscoach is bij een EK in eigen land. Maar ik denk dat ze me om mijn kwaliteiten als trainer hebben gekozen. Er zijn trouwens genoeg vrouwen die deze functie kunnen vervullen.”

Onder de vorige vrouwelijke bondscoach, Vera Pauw, beleefde Nederland een belangrijke doorbraak, met een halve finaleplaats bij het EK 2009. Opvolger Roger Reijners werkte aan een aanvallender speelstijl. Bij het EK van 2013 volgde uitschakeling in de poule en in 2015 bereikte de ploeg voor het eerst de eindronde van het WK, waar Japan in de achtste finales te sterk bleek. Doel voor dit EK? „Ik ga me niet vastpinnen op een klassering”, zegt Wiegman. „We moeten alles uit onszelf halen. Je kunt wel roepen dat je Europees kampioen wordt, maar als je naar de historie kijkt is die kans klein. Al gaan we er natuurlijk wel voor.”

Samen met haar assistenten Arjan Veurink en ‘good-old’ Foppe de Haan („rijk aan ervaring als coach en als mens”) werkt ze in de aanloop naar het EK aan het verfijnen van de speelstijl: een combinatie van het verdedigende vechtvoetbal en snel, aanvallend raffinement. Veel ogen zullen opnieuw zijn gericht op spits Vivianne Miedema, die in Oranje al 39 keer scoorde in vijftig duels maar bij het WK in 2015 in Canada moeite had met torenhoge verwachtingen. „Ze was pas negentien, iedereen vond ineens iets van haar. Dat gaf zoveel druk. Maar van die ervaring heeft ze veel geleerd. Deze groep heeft sowieso veel speelsters met een EK en WK in de rugzak. Dat is cruciaal voor een volgende stap.”

Steeds meer vrouwelijke voetballers, nu al meer dan 150.000. Steeds beter voetbal (zoals de prachtige ‘oefengoal’ van Lieke Martens dinsdag tegen Oostenrijk), waardoor de vergelijking met het niveau van de mannen vanzelf naar de achtergrond verdwijnt. „Het voetbal werd in Nederland als mannensport gezien”, zegt Wiegman. „Dat zijn we nu aan het doorbreken, het heeft vijftig jaar geduurd. We zijn er nog niet helemaal doorheen maar het scheelt niet veel. En we zitten in de lift. Deze zomer willen we er nog eens een impuls aan geven. Het EK moet één groot voetbalfeest worden.”