Buitenland, Tech

‘Ze gaan ons toch niet in Syrië laten?’

Nawal (32) uit Utrecht neemt plaats op een bureaustoel in de schaduw van een container bij de ingang van het kamp Al-Roj in Noordoost-Syrië. Ze draagt een zwarte abaja, dito hoofddoek, een paarse blouse en een grote zonnebril – geen nikab. De schaduw is welkom: de thermometer wijst 47 graden Celsius.

Nawal – ze wil niet met haar achternaam in NRC, haar volledige naam is bij de redactie bekend – is een van de acht Nederlandse IS-vrouwen die hier worden vastgehouden sinds zij zich eind vorig jaar overgaven aan de Syrische Koerden. Ergens in het tentenkamp zitten ook vijftien Nederlandse kinderen. Vier van hen zijn van Nawal: twee jongens, twee meisjes.

„De oudste is elf, de jongste is vijf maanden”, vertelt ze. „Zij maken het goed. Natuurlijk is het moeilijk in een tent te wonen bij deze hitte. Maar ik heb een zwembadje gekocht voor de kinderen. Er is water en eten. Ze gaan naar school.”

Drie vrouwen uit dit kamp drukten de Nederlandse regering vorige week opnieuw met de neus op een dilemma dat ze het liefst zou negeren: wel of niet Nederlandse Syriëgangers en hun kinderen terughalen? Op verzoek van de advocaat van een van de vrouwen beval een rechter in Rotterdam hun arrestatie, waarop het Openbaar Ministerie een bevel tot gevangenneming uitvaardigde. Voor de vrouwen is het een manier – een truc, zeggen critici – om Nederland te dwingen tot repatriëring van hen en hun kinderen.

Of Nawal een van de drie vrouwen is wil de advocaat bevestigen noch ontkennen. Maar Nawal weet hoe dan ook heel goed dat veel mensen in Nederland niet willen dat zij en de andere IS-vrouwen ooit terugkeren.

„Ik begrijp dat mensen bang zijn”, zegt ze. „Misschien zou ik in hun plaats ook bang zijn. Maar wat mij betreft, en ook de andere Nederlandse vrouwen hier, is daar echt geen reden voor. Wij zitten hier nu meer dan zes maanden bij de Koerden, en er is niets gebeurd. Zelf ben ik sinds mijn achttiende praktiserend moslim. Als ik altijd haatgevoelens had gekoesterd, had ik toch al veel eerder iets gedaan?”

Propaganda

In de ogen van velen heeft Nawal wel degelijk ‘iets’ gedaan. Zij is met haar man en drie kinderen naar het kalifaat afgereisd, in 2015, toen de kranten al een jaar volstonden met gruwelberichten over massa-executies van shi’itische regeringssoldaten, onthoofding van westerse gijzelaars en ontvoering van yezidi-vrouwen.

Nawal: „Hoe kan ik dit uitleggen? In die tijd dacht ik dat veel van wat over IS werd gezegd anti-islamitische propaganda was. Vergeet niet dat wij ook blootstonden aan de contrapropaganda. Wij kregen juist te horen dat verhalen als die over de yezidi-vrouwen niet waar waren.

„Ik heb tweeënhalf jaar bij IS gezeten en nooit een slaaf gezien. Ik heb nooit een onthoofding gezien. Pas in de laatste twee maanden begonnen mensen te praten. Dat ze in Raqqa een slaaf hadden gezien. Toen begon ik pas te beseffen dat alles wat over IS werd verteld, waar was.”

De Nederlandse Nawal in kamp Al Roj in Syrië. Foto Nicole Tung