Maatschappij

Waarschijnlijk was onze zon één van een tweelingster

De kans is groot dat onze zon bij haar geboorte, 4,5 miljard jaar geleden, in het gezelschap was van een andere ster. Het ziet er namelijk naar uit dat bijna alle zon-achtige sterren zijn ontstaan als tweeling: twee sterren die om elkaar heen draaien. Dat stellen de Canadese sterrenkundige Sarah Sadavoy en de Amerikaanse theoretisch natuurkundige Steven Stahler vast na onderzoek van een stervormingsgebied op 750 lichtjaar van de aarde. Hun bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

De onderzoekers hebben een zogeheten moleculaire wolk in het sterrenbeeld Perseus onder de loep genomen: een wolk van waterstofgas en stof met tienduizend keer zoveel massa als onze zon. Door samentrekking van gas en stof ontstaan verspreid over zo’n wolk eivormige cocons waarin het stof een dermate hoge dichtheid bereikt dat zich hierin een of meer sterren kunnen vormen.

De kosmische ‘eieren’ in de Perseus-wolk zijn onderzocht met behulp van twee radiotelescopen – de Very Large Array in New Mexico en de James Clerk Maxwell Telescope op Hawaï. Daarmee is een inventarisatie gemaakt van de zonachtige ‘babysterren’ die zich in de diverse cocons van de Perseus-wolk schuilhouden. De oogst: 45 enkelvoudige sterren, 19 dubbelsterren, drie drievoudige sterren en twee viervoudige sterren. Het gezelschap is minder dan vier miljoen jaar oud, dermate jong dat er nog geen kernfusie in hun inwendige plaatsvindt.

Uit een analyse van deze populatie blijkt dat alle ‘wijde’ dubbelsterren, bestaande uit sterren die meer dan 75 miljard kilometer van elkaar verwijderd zijn, nog geen 500.000 jaar oud zijn. Onder de wat oudere baby-sterren is de situatie heel anders: ruim de helft is zijn partner kwijtgeraakt, terwijl andere juist meer gezelschap hebben gekregen.

Om na te gaan hoe de huidige verdeling van enkelvoudige en meervoudige sterren tot stand is gekomen, hebben Stahler en Sadavoy met wiskundige modellen een scala aan mogelijke scenario’s doorgerekend. Hun conclusie: de waarnemingen zijn alleen verklaarbaar als wordt aangenomen dat alle sterren met massa’s als die van onze zon ooit als wijde dubbelsterren zijn begonnen.

Deze conclusie is in goede overeenstemming met een trend die astronomen de afgelopen decennia hebben opgemerkt: naarmate een populatie van sterren jonger is, zijn daarin meer dubbelsterren te vinden. En ook computersimulaties ‘voorspellen’ grote aantallen dubbelsterren onder jonge sterren.

Een en ander suggereert dat ook onze zon ooit een tweelingzusje heeft gehad. Waar deze ster – die overigens niet per se op onze zon hoeft te lijken – is gebleven, zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Ze is na haar ontsnapping opgegaan in de mêlee aan sterren in ons deel van de Melkweg.