Economie

Revolutionair ontwerper met humor

De euro-biljetten vond hij maar niks. Direct na de eerste presentatie van het bankpapier dat in 2002 in de Europese monetaire unie in omloop zou worden gebracht, veroordeelde Robert ‘Ootje’ Oxenaar de ontwerpen van zijn Oostenrijkse collega Robert Kalina in scherpe bewoordingen. „Europa heeft geen gezicht, daarom zijn deze biljetten ook geen gezicht.”

Oxenaar, die dinsdag op 87-jarige leeftijd in zijn Amerikaanse woonplaats Manomet in Massachusetts overleed, had recht van spreken. Hij zal de geschiedenis ingaan als de ontwerper van twee series legendarische bankbiljetten, die vanaf de jaren zestig internationaal sterk hebben bijgedragen aan het beeld van Nederland Designland.

Eerst maakte Oxenaar in opdracht van de Nederlandsche Bank de ‘erflaters’-serie. Daarop stonden de beeltenissen van Vondel (5 gulden), Hals (10 gulden), Sweelinck (25 gulden), De Ruyter (100 gulden) en Spinoza (1.000 gulden). Later ontwierp hij een serie biljetten zonder portretten: de Zonnebloem (50 gulden), de Snip (100 gulden) en de Vuurtoren (250 gulden).

Vooral deze laatste serie staat door zijn optimistische uitstraling als revolutionair te boek, de inspiratiebron voor vele ontwerpers. Door die biljetten werd geld opeens een culturele boodschapper, zegt ontwerper Julius Vermeulen, die lang met Oxenaar samenwerkte. Neem de Zonnebloem, het biljet van 50 gulden, zegt Vermeulen. „Dat biljet had opeens niet meer de uitstraling van geld. Het had iets anti-bureaucratisch, het haalde de formele kant van het bankwezen onderuit.”

Die biljetten waren ook uit veiligheidsoogpunt revolutionair, zegt ontwerper Gert Dumbar, die regelmatig opdrachten voor postzegels kreeg in de tijd dat Oxenaar directeur was van de Dienst Esthetische Vormgeving bij de PTT. „Op de Vuurtoren staat in heel kleine lettertjes een gedicht afgedrukt. In andere biljetten had hij een duimafdruk verwerkt, of een afbeelding van een konijntje dat in zijn tuin rondhuppelde.”

Een briljant ontwerper en een innemend mens, noemt Dumbar zijn voormalig opdrachtgever. „Vergelijk Ootjes ontwerpen eens met de euro-biljetten. Dat is toch humor tegen een Kafka-achtige wereld?”

Behalve een buitengewoon ontwerper noemt Vermeulen zijn oud-collega ook een „charmeur en een strateeg, met licht machiavellistische trekjes”. Vermeulen: „Ootje kreeg alles voor elkaar. Hij ging ook vaak langs bij koningin Beatrix om nieuwe ontwerpen te tonen. Er is nooit een ontwerp geweigerd.”

Vermeulen herinnert zich ook hoe zijn oud-directeur bij de PTT medewerkers aan zich bond. Lachend: „Ootje zei vaak: ‘Ik maak jou straks tot mijn adjunct. Nog even geduld; ik denk echt aan je.’ Op een gegeven moment ontdekten we dat hij dat tegen veel collega’s zei.”