Economie

Rentederivaten blijven etteren tussen banken en het mkb

Hotelondernemer Charles de Boer heeft voor de zitting bij de rechtbank in Amsterdam een fel, roodkleurig colbert aangetrokken dat ontworpen lijkt voor een feestje. De zwarte toga’s van advocaten en rechters zijn al somber genoeg, vindt hij.

Maar de rechtszaak is bittere ernst. Met zijn zakenpartner Bram Mol eist De Boer 16 miljoen euro van Deutsche Bank. Zoveel hebben ze naar eigen zeggen verloren op een handvol rentederivaten die ze sinds 2005 afsloten bij hun kredietverstrekker – eerst ABN Amro, dat werd later Deutsche – zonder dat ze voldoende zouden zijn geïnformeerd over de gevaren. Anders was het nooit zover gekomen.

Behalve om geld gaat het ze om genoegdoening, zegt De Boer. Met Mol is hij eigenaar van Hotels van Oranje in Noordwijk, een bedrijf met een omzet van een kleine 30 miljoen euro en ongeveer 200 medewerkers. Ze voelen zich in het pak genaaid door de bank die ze decennialang hebben beschouwd als een betrouwbare bondgenoot.

„Het is als een huwelijksbreuk waarbij je bij het tekenen van de scheidingspapieren pas hoort dat je partner jarenlang is vreemdgegaan”, zegt De Boer in de rechtszaal over het moment in 2016 waarop een financieel adviseur vertelde dat de zogeheten renteswaps vol gebreken en verborgen risico’s zaten.

Wat is een rentederivaat?

Een derivaat is een financieel contract, waarvan de waarde wordt bepaald door de prijs van een afgeleid goed. De waarde van een rentederivaat is dus afgeleid van de rentestand.

Vanaf 2005 verkochten banken op grote schaal renteswaps aan mkb-ondernemers die een lening afsloten met een variabele rente. Banken maakten een mooie marge op de swaps. De boodschap aan ondernemers was dat zij zich zo verzekerden tegen een stijgende rente. Ging die omhoog, dan steeg immers ook de waarde van de swap.

Probleem was dat de rente al snel daalde, waardoor de swaps juist een negatieve waarde kregen. Ook bleken de derivaten vaak een andere looptijd te hebben dan de lening en vol verborgen renteopslagen en provisies te zitten. Wie van de swap af wilde, moest flink bijbetalen. Veel mkb’ers kwamen in de problemen.

In 2016 gingen de banken akkoord met het Uniform Herstelkader, een schaderegeling voor 16.000 mkb’ers ontworpen door onafhankelijke deskundigen en onder toezicht van de AFM. Banken maakten er 1,5 miljard euro voor vrij, maar de uitvoering is vertraagd.

Dik vijf jaar zijn voorbij gegaan sinds breed bekend werd dat Rabobank, ABN Amro, ING, SNS Bank, Van Lanschot en Deutsche Bank in aanloop naar de kredietcrisis van 2008 bijna 20.000 rentederivaten hadden verkocht aan duizenden mkb-ondernemers met de boodschap dat zij zich beter konden indekken tegen een stijgende rente. Maar de rente ging juist omlaag. En dus bleek wat een verzekering had moeten zijn een gevaarlijk speculatief product, zeker wanneer de swaps langer doorliepen dan de leningen waarbij ze verkocht waren, wat vaak het geval was. Mkb’ers die van de vroegtijdig van de swap afwilden, moesten massaal bijbetalen in een periode waarin de economie ook al tegenzat. Velen van hen kwamen hierdoor in de problemen. „Je zit op dat moment in de tang van de bank”, aldus de advocaat van de hoteliers.

Politieke druk

Na aanvankelijke weerstand erkenden de banken uiteindelijk onder druk van politiek en toezichthouder dat ze mkb-klanten op grote schaal producten in de maag hadden gesplitst die niet voor hen geschikt waren. Schending van de zorgplicht dus. Ruimhartige compensatie van de schade zou volgen.

In 2016 gingen de banken akkoord met het zogeheten Herstelkader, opgesteld door onafhankelijke deskundigen en gemonitord door toezichthouder AFM – een stappenplan om de hoogte van de vergoeding te bepalen. Zo’n 16.000 mkb’ers vallen eronder, de banken berekenden dat de totale schade ruim 1,5 miljard bedraagt.

Een enorme operatie volgde. Bij zowel ABN Amro als Rabobank, die de meeste rentederivaten hebben verkocht, werken meer dan 400 medewerkers fulltime aan de derivatendossiers. Toch heeft de uitvoering grote vertraging opgelopen, tot frustratie van de gedupeerde ondernemers. Dit jaar zou iedereen een compensatievoorstel in de bus moeten krijgen.

Toch staan er nog bijna wekelijks rechtszaken op de rol zoals die van hoteliers De Boer en Mol tegen Deutsche Bank. Een zoektocht op trefwoord ‘renteswap’ in het digitale archief van de rechtspraak tovert zo al 35 relevante vonnissen tevoorschijn over de afgelopen anderhalf jaar. Een „beperkt” aantal, afgezet tegen het totaal aantal mkb’ers met renteswaps, vindt Laurent van den Nouwland, bij Rabobank verantwoordelijk voor het derivatendossier.

Maar dit zijn alleen nog maar de gepubliceerde vonnissen. Veel wordt niet geopenbaard, nog veel meer zaken eindigen in een schikking, stellen advocaten. En lang niet iedereen heeft de middelen en het geduld voor een jarenlange juridische strijd.

Wie wel? Een blik op de vonnissen leert dat partijen die procederen tegen hun bank op het eerste gezicht weinig gemeen hebben. Een taxibedrijf, een veehandelaar, een tulpenbollenverkoper, een melkveehouder, een aardappelgroothandel, een cosmeticaconcern, kortom, mkb’ers uit alle sectoren verschijnen in de rechtszaal. Ook de betrokken banken komen zonder uitzondering aan de beurt.

Sommige procederende ondernemers vinden een vergoeding op basis van het Herstelkader te mager. Vaker echter gaat het om mkb-bedrijven die ‘out of scope’ zijn verklaard. Ze vallen buiten de schaderegeling omdat ze groot genoeg zijn om als ‘professioneel’ te kwalificeren. Ook partijen die voor minstens 10 miljoen euro aan vastgoed als belegging bezitten, doen niet mee aan het Herstelkader. Zij moeten zelf in staat zijn de risico’s van rentederivaten te doorgronden.

“Beiden hebben een havo-diploma en interesse in de horeca, niet in financiële innovatie”

Die boodschap kregen ook de eigenaren van Hotels van Oranje. De Boer en Mol zijn deskundig, betoogde de advocaat van Deutsche Bank, anders kun je zo’n groot bedrijf niet leiden. Onzin, vinden zij. Het vastgoedbezit, dat zijn hotels, geen beleggingen. „En ze doen zich echt niet dommer voor dan ze zijn”, aldus hun raadsman tegenover de rechter. „Beiden hebben een havo-diploma en interesse in de horeca, niet in financiële innovatie.” En dus stellen De Boer en Mol dat de bank ook tegenover hen een verregaande zorgplicht had.

Het is een discussie die in vrijwel alle zaken terugkomt, net als de vraag of ondernemers voldoende zijn gewaarschuwd voor de risico’s. Lastig daarbij is: klantdossiers zijn bijna nooit volledig. „Veel correspondentie is gewoon weg”, erkende de advocaat van Deutsche Bank.

Renteswapmoe

Hoe groot is de kans dat ondernemers zo’n rechtszaak winnen? Jasper Hagers, een advocaat (van Blenheim) die veel renteswapzaken doet, noemt rechters „terughoudend”. „Ze lijken een beetje renteswapmoe geworden”. Hester Bais, ook advocaat, bevestigt dat beeld. „Ik zeg altijd tegen potentiële cliënten: zelfs een goede zaak kan stuklopen, op verjaring of omdat de rechter er niets van snapt.”

Dat banken zich in veel zaken op verjaring beroepen, vindt zij „schandalig” in het licht van de ruimhartigheid die ze beloofden. Volgens een woordvoerder van ABN Amro kunnen banken niet anders. „Sommige zaken hebben zich zo lang geleden afgespeeld dat ze niet meer te reconstrueren zijn en de bank in een onmogelijke bewijspositie komt”, zegt hij. Bais: „Dan betaalt de klant dus de prijs voor de gebrekkige documentatie bij de bank.”

Hoe het ook zij, banken winnen meer dan tweederde van de zaken, blijkt uit de gepubliceerde vonnissen. Soms lijden ze een gevoelige nederlaag. Zo won een particuliere vastgoedbelegger eind vorige maand in hoger beroep een zaak tegen ING. De bank moet hem 2,7 miljoen euro schadevergoeding betalen.

Elke zaak verloopt anders. Vorige maand besloot de Amsterdamse rechtbank in een lopende zaak vragen te stellen aan de Hoge Raad, omdat rechtbanken en gerechtshoven in vergelijkbare zaken verschillend oordelen. Het centrale punt van twijfel: waar eindigt de verantwoordelijkheid van de ondernemer om zelf onderzoek te doen en waar begint de mededelingsplicht van de bank?

Antwoorden van de Hoge Raad kunnen nog maanden op zich laten wachten. In de tussentijd gaat de zaak van De Boer en Mol verder. Of het tot een uitspraak komt, is de vraag. Op aanraden van de rechter gaan ze nog één keer proberen er met Deutsche Bank uit te komen.


Lees ook: ‘AFM schoot ernstig tekort in zaak mkb-derivaten’