Buitenland

Met zesduizend man van de superglijbaan af

Vier dagen voor de start van hardloopevenement VenloStormt, afgelopen weekend, tekenden zich op de Maasboulevard de eerste contouren van een superglijbaan af. „We zijn begonnen”, zei een cameraman die alles vastlegde. „Wat ga je hier doen?”, vroeg hij steigerbouwer Raoul Pons. „Een glijbaan bouwen”, glimlachte die. „Het wordt een fantastisch bouwwerk.”

Een glijbaan is het kroonjuweel van elke obstakelrun. Organisatoren laten hun deelnemers waden door modder, klauteren over muren, tijgeren door tunnels. En wie het betalen kan – goedkoop is al dat steigerwerk niet – bouwt een steile baan die eindigt in het water. Geliefd bij publiek, berucht bij deelnemers met hoogtevrees.

De populariteit van obstakelruns is in Nederland snel gegroeid. Elk weekend wordt ergens wel zo’n hindernisloop gehouden. Er zijn parcoursen voor sportievelingen, vriendengroepen, het hele gezin. Afstanden variëren van 1 tot pakweg 20 kilometer. Evenementen met soms tienduizend mensen aan de start en een veelvoud aan toeschouwers. Deelnemers verschijnen verkleed of zwaaiend met vlaggen en naast de sportieve uitdaging telt ook de sfeer, de drank, het eten, de merchandise.

Maar gezellig was het op VenloStormt, midden in de stad, allerminst. Vier dagen nadat steigerbouwer Raoul Pons de superglijbaan had opgebouwd, kreeg hij een telefoontje: er is iemand overleden. Aan zijn steigers lag het niet, aan de constructie evenmin. Het slachtoffer, een 29-jarige vrouw, goed getraind, kreeg in het water iemand boven op zich en kwam niet meer boven. Een duikteam haalde haar uit het water, ze overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Een noodlottig ongeval, concludeert de organisatie.

VenloStormt, 5.706 deelnemers, gebruikte de zelfontworpen superglijbaan voor het eerst. Pons maakte als steigerbouwer wel vaker obstakels voor runs in de buurt, maar niet eerder een glijbaan van dit formaat. Zeven meter hoog, zes meter breed en 24,5 meter lang. Met een knikje op het eind, zodat deelnemers zouden worden gelanceerd om vier meter lager in de Maas te plonzen. Als een levend projectiel.

Hooibalen en autobanden

De superglijbaan is een „doorontwikkelde” versie van een exemplaar dat bij eerdere edities is gebruikt, zegt de organisatie. Die eerdere versie was een stuk kleiner: 3,7 meter hoog en 6,5 meter lang. Maar alle organisatoren van obstakelruns zien dezelfde trend: hindernissen moeten hoger, groter, spannender om publiek en deelnemers te trekken en te blíjven trekken.

Vergelijk de obstakels van dit jaar maar eens met die in 2012, toen in Nederland de allereerste run in Hellendoorn werd gelopen, naar Duits voorbeeld. De 3.500 deelnemers vermaakten zich met hooibalen, een bak water en autobanden.

Dit jaar zijn er voor de runs in Nederland in totaal 250.000 startbewijzen verkocht en trotseren fanatiekelingen de meest innovatieve obstakels, van draaiende wielen tot schuimstormen en watervallen. Obstakels met namen als ‘Storm the Castle’ en ‘The Iceman’ worden vooraf geanalyseerd op YouTube. Deelnemers schaffen speciale schoenen aan en volgen de obstakelrun-competitie op Ziggo-tv. Ze verwachten spektakel voor hun startbewijs, minstens 40 euro per loop, anders schrijven ze zich wel elders in.

Organisaties moeten zich dus blijven onderscheiden. Daarvoor kijken ze allereerst naar Amerika, voorloper in obstakelruns, en daarna naar elkaar. Wie heeft welk nieuw obstakel? Toonaangevend zijn de twee grootste organisaties, Mud Masters en Strong Viking. Die laten hun objecten ontwerpen door eigen constructeurs en huren vaste steigerbouwers in die met de renovatie van huizen zijn gestopt om zich fulltime te richten op obstakelbouw.

Promotievideo van Strong Viking: