Economie

‘Met die deadline moeten we nuchter omgaan’

Van de vijf sectoren die dinsdag hun plannen voor een klimaatakkoord presenteerden, kreeg de industrie de afgelopen weken de meeste kritiek. Manon Janssen – voorzitter van de ‘industrietafel’ – moest steeds lezen dat de sector het liet afweten bij de noodzakelijke vergroening. Aan tafel heerste meer onenigheid dan vooruitgang, was de teneur. En was er wel bereidheid om mee te betalen? Of regeerde de angst voor concurrentie uit het buitenland?

Janssen (tevens bestuursvoorzitter van onderzoeksbureau Ecorys): „Ik heb met grote verbazing naar dat beeld gekeken. De sfeer aan onze tafel was echt anders. De urgentie wordt door de bedrijven veel meer gevoeld dan bij het Energie-akkoord van vier jaar geleden. We hebben in drie maanden tijd heel veel bereikt. Er ligt nu een concrete serie plannen. Maar, dat is waar, er moet nog veel gebeuren.”

Manon Janssen studeerde in 1984 af aan de Vrije Universiteit van Brussel. Ze begon haar carrière bij Procter & Gamble en werkte zestien jaar in verschillende landen voor de producent van drogisterijartikelen. In 2000 werd ze verantwoordelijk voor marketing bij Electrolux Europe; in 2005 stapte ze over naar Philips Lighting.

Van 2010 tot 2015 stond Janssen aan het hoofd van adviesbedrijf Ecofys. Sinds september 2015 is ze bestuursvoorzitter van onderzoeksbureau Ecorys.


Lees ook: Onderhandelingen over klimaatakkoord verlopen stroef: niemand wil als eerste springen

Toch was de industrietafel in een recente Kamerbrief van minister Wiebes de enige die geen compliment kreeg. Wat was uw reactie toen?

„Stug doorwerken. Ik denk dat wij in juni nog te veel aan het inventariseren waren. We willen uiteindelijk met breed gedragen plannen komen en niet met onderhandelingsvoorstellen. Daarom waren we wat later.”

Centraal in de voorstellen van de industrietafel is een opsomming van maatregelen om de benodigde 14,3 miljoen ton aan CO2 te besparen. Een deel door processen efficiënter te maken, maar de helft moet behaald woorden door de ondergrondse opslag van CO2. En dit, CCS genoemd, ligt gevoelig. De kosten kunnen hoog zijn en het gevaar bestaat dat de broeikasgassen op termijn toch in de atmosfeer komen. En critici vragen zich af of dit wel echt het begin van een transitie is.

Wat is er nu besloten rond CCS?

„We zien dat als een sluitstuk van de CO2-reductie. Dat moet je doen als je echt geen alternatieven hebt. Dat is ook de gedachte aan tafel, ook bij de meepratende milieu-organisaties. Ze hebben niet gezegd ‘het mag niet’, maar ‘je moet het eigenlijk niet willen’. Dat is een substantieel verschil. Na de zomer gaan we er verder over praten, ook aan de hand van nieuw onderzoek.”


Lees ook: CO2-opslag? Het kan een stuk slimmer

Verwijt van diezelfde milieu-organisaties is ook dat de industrie vooral oog heeft voor de beschikbare subsidies en niet zijn financiële bijdrage wil leveren.

„De industrie moet de komende twaalf jaar 15 tot 20 miljard euro investeren om aan de opgedragen CO2-reductie te voldoen. Een deel van de innovaties – oplopend tot 1 miljard in 2030 – is nog niet ‘marktklaar’ en winstgevend [de zogeheten onrendabele top] en daarvoor vragen we om een bijdrage van de overheid. Als je kijkt naar wat er wordt geïnvesteerd is dat niet zo veel. Is dat een goede investering voor de overheid? Zo hou je wel welvaart, welzijn en innovatie in Nederland.”

Hangt de dreiging boven de industrietafel dat bedrijven naar het buitenland gaan als ze financieel niet denken uit te komen?

„Natuurlijk, dat voel je. Je pakt niet zomaar een fabriek op en vertrekt, maar als het investeringsklimaat niet aantrekkelijk is, dan investeer je niet, innoveer je vooral in andere landen en komt daar de modernste fabriek te staan. Dus dat is een langzame dood. Industrie werkt voor de aandeelhouders, niet voor de BV Nederland. Die BV Nederland moet het aantrekkelijk maken dat de industrie blijft.”

Heeft u er vertrouwen in dat er nog in 2018 een Klimaatakkoord tot stand komt? De Tweede Kamer debatteert in september over de reactie van het kabinet.

„Met die deadline moeten we nuchter omgaan. We kennen een veel grotere deadline en dat is de klimaatverandering. Daar gaat het echt om. Dat is de echte druk. De droogte in Nederland, de lage stand van de rivieren, dat maakt me echt bang. Daar lig ik wakker van. Daar doen we het voor. En dan moet je een deadline hebben, ook al is dat best krap.”

Reacties: gematigd enthousiasme op het Binnenhof

Zo verenigd als de Tweede Kamer twee weken terug was bij de presentatie van de Klimaatwet, zo verdeeld waren de reacties dinsdag op het Klimaatakkoord.

Coalitiepartijen ChristenUnie en D66 reageren met gereserveerd enthousiasme. „Bemoedigend”, noemt D66’er Rob Jetten de gepresenteerde hoofdlijnen. Hoewel er bij mobiliteit, industrie en landbouw volgens hem „nog een flinke stap nodig is”. ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber noemt de plannen „wéér een stap in de richting van Parijs”, verwijzend naar de doelen van het Parijse klimaatakkoord.

De linkse oppositie reageert minder enthousiast. GroenLinks vindt de plannen „niet concreet genoeg”. Er staan „te veel losse einden” in. Ook zou de industrie zou „haar verantwoordelijkheid ontduiken”, schrijft de partij in een verklaring. Dat vindt ook de SP. De socialisten benadrukken dat de rekening van de plannen volgens hen vooral bij de burgers terechtkomt, in plaats van bij de „vervuiler”, de industrie.

Vijf ‘klimaattafels’ presenteerden vandaag voorstellen die moeten leiden tot een halvering van de uitstoot van broeikasgassen in 2030. Dit zijn de plannen:

Elektriciteit: hoofdrol voor wind en zon

Leus van de dag: „De transitie naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem is ‘van iedereen’.”

CO2-besparing: 20,2 miljoen ton.

Tafelvoorzitter: Kees Vendrik, hoofdeconoom bij Triodos Bank en oud-Kamerlid voor GroenLinks.

In grote lijnen: Er komt vijf keer zoveel duurzame energie als nu. En wind en zon – op zee en op land – gaan de hoofdrol spelen. De grote vraag is hoeveel extra stroom er nodig is, zoals voor warmtepompen, voor waterstofproductie en voor auto’s.

Wat is er nieuw: Tot 2023 staat de bouw van vijf windparken op de Noordzee op de rol (met een capaciteit van 3,5 GW), en daarna nog eens minstens drie (van in totaal 6 GW). Als de stroomvraag verder oploopt, moeten er extra windparken op zee worden gepland, terwijl er ook ruimte moet blijven voor natuur en visserij. Op land moeten de daken vol zonnepanelen, liefst door grote aanbestedingen.

Wat gaat er niet door: Wellicht de invoering van een CO2-minimumprijs voor elektriciteitscentrales. Uit onderzoek bleek dit voorjaar dat zo’n heffing niet zo schoon is als gedacht. Door zo’n heffing zou Nederland veel (fossiele) stroom gaan importeren uit de buurlanden.

Industrie: onderzoek opslag CO

Leus van de dag: „De gemakkelijke opties zijn gerealiseerd en nu volgen de moeilijke en dure maatregelen.”

CO2-besparing: 14,3 miljoen ton.

Tafelvoorzitter: Manon Janssen, directeur van onderzoeksbureau Ecorys.

In grote lijnen: Aan de industrietafel zitten de grootste vervuilers. Twaalf bedrijven veroorzaken ongeveer 20 procent van de hele Nederlandse uitstoot. De tafel heeft een tabel opgesteld die laat zien hoe de uitstoot van broeikasgassen kan worden ingeperkt. Daarin krijgt de ondergrondse opslag van 7 miljoen ton CO2 (CCS) een grote rol, maar met name milieugroeperingen aan de industrietafel zijn daar zeer kritisch over. Door industriële processen efficiënter te maken en sommige processen te elektrificeren zou nog eens 6 miljoen ton CO2-reductie behaald moeten worden.

Wat is er nieuw: Afgesproken is dat er verder onderzoek wordt gedaan naar kosten en risico’s en dat CCS alleen wordt gebruikt als er geen alternatieven zijn.

Wat gaat er niet door: In het regeerakkoord was het plan nog om in 2030 maar liefst 20 miljoen ton CO2 per jaar ondergronds op te slaan. Na kritiek is de inzet van CCS al flink verlaagd.

Mobiliteit: rekeningrijden komt er

Leus van de dag: „Iedereen moet in beweging komen.”

CO2-besparing: 7,3 miljoen ton.

Tafelvoorzitter: Annemieke Nijhof, directeur van adviesbureau Tauw en oud-topambtenaar.

In grote lijnen: Ook de sectortafel mobiliteit schetst een reeks van mogelijkheden. Die tellen op tot een besparing van 16 miljoen ton CO2, dus er zal nog een keuze moeten worden gemaakt. Zo kan er via de aanleg van infrastructuur – via duurzame overheidsinkopen – 2 miljoen ton CO2 worden bespaard. Verder moet de vergroening van de goederenstromen 3 miljoen ton opleveren: dat kan onder meer door in 2025 binnen de dertig grootste gemeenten emissieloze zones (milieuzones) voor bestel- en vrachtverkeer in te stellen. Conclusie is ook: rekeningrijden wordt onontkoombaar, of de politiek het nu wil of niet.

Wat is er nieuw: De mobiliteitssector kreeg er in april een flinke extra doelstelling bij van het kabinet. In het regeerakkoord werd nog gerekend op een besparing van 3,5 miljoen ton CO2.

Wat gaat er niet door: De mobiliteitstafel rekent er niet op dat er strengere Europese normen komen voor de CO2-uitstoot van auto’s. Dat is wel een effectieve maatregel: het is schoon en het bespaart benzinegeld.

Gebouwde omgeving: woningen gasvrij maken

Leus van de dag: „We staan aan de vooravond van een grote verbouwing.”

CO2-besparing: 3,4 miljoen ton.

Tafelvoorzitter: Diederik Samsom, oud-fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer.

In grote lijnen: Bij de gebouwde omgeving is de besparing niet zo groot, maar de inspanningen zijn dat wel. Om dit doel in twaalf jaar te halen, moeten bijna alle gebouwen beter geïsoleerd worden en gasvrij gemaakt worden. Dat betekent dat over drie jaar 50.000 bestaande woningen per jaar worden verduurzaamd. Corporaties moeten als „startmotor” werken. Vóór 2030 moet dat tempo op 200.000 per jaar zitten waardoor in 2050 alle woningen klimaatneutraal kunnen zijn. Om de gasconsumptie te verminderen stelt de tafel voor om gas meer en stroom minder te belasten.

Wat is er nieuw: Samsom zet een tandje bij, want in het regeerakkoord stond nog dat het tempo de komende jaren naar „30.000 tot 50.000” bestaande woningen per jaar moet. En er ligt een nieuwe techniek op tafel: ‘aquathermie’. Dat zijn warmtepompen die profiteren van de warmte van rivieren, kanalen en meren. Die zouden 25 tot 40 procent van de warmte in de gebouwde omgeving kunnen voorzien.

Landbouw: minder methaanuitstoot

Leus van de dag: „It’s not easy being green, was een verzuchting van Kermit de Kikker.”

CO2-besparing: 3,5 miljoen ton.

Tafelvoorzitter: Pieter van Geel, oud-staatssecretaris van VROM (CDA).

In grote lijnen: Bij landbouw ligt de lat voor 2030 niet zo hoog. Van Geel zei eerder dat de veehouderij niet ingrijpend hoeft te hervormen om de doelen te halen. De sector wil 1 miljoen ton minder methaan uitstoten. Het leeuwendeel moet van de melkveehouderij komen – onder meer door andere vormen van bemesting. De reductie in de varkenssector moet komen door een bescheiden „warme sanering”, waarbij boeren die willen stoppen financieel gecompenseerd worden.

Wat is er nieuw: De glastuinbouw maakt grotere stappen dan verwacht. De sector denkt tot 2030 2,2 miljoen ton broeikasgas te besparen en verwacht zelfs in 2040 klimaatneutraal te zijn.

Wat gaat er niet door (maar misschien toch): In het voorjaar was er onenigheid in het kabinet over een PBl-rapport waarin stond dat de landbouw bijna 4 miljoen ton broeikasgas kan besparen door ander landgebruik. Die doelstelling werd afgezwakt naar 1,5 miljoen ton. Daar komt misschien toch weer 1,7 miljoen ton bovenop.