Gezondheid

Kroatië dompelt Engelsen in rouw

Kroatië heeft geschiedenis geschreven door voor het eerst de finale van het WK te halen. De ploeg onder aanvoering van Luka Modric maakte een vroege voorsprong van Engeland in onverschrokken stijl ongedaan en staat als kleinste (qua inwonertal) land sinds Uruguay in 1950 zondag in een WK-finale, tegen Frankrijk. Mario Mandzukic besliste het duel in het Loezjniki-stadion in Moskou (2-1) in de verlenging van een halve finale die matig en zenuwslopend was, met Engeland dat in de Kroatische comfortzone van de verlenging werd meegetrokken na een ontluisterende tweede helft voor de ploeg van Gareth Southgate.

Schrijven de succesverhalen van de drie andere halvefinalisten zich langs de lijn van uitgekiend beleid, de wet van grote getallen en/of gouden generaties die profijt trekken van (koloniale) migratie, dan is de Kroatische mars naar het summum een vertelling over een pak dertigers die nog één kans hadden in een door politiek gekonkel en een loeier van een witwaszaak tamelijk verziekte voetbalcultuur. Onvoorstelbaar knap. In heetgebakerde tijden werd de ploeg toevertrouwd aan de onderkoelde strateeg Zlatko Dalic. Meesterzet.

Modric’ overtreding rand zestien was het symbolische start van een speelhelft waarin de virtuoos een ingeblikte indruk maakte. Kieran Trippier schoot binnen, slimme Engelse withemden blokkeerden het zicht op de bal voor keeper Danijel Subasic. Hij dus te laat naar de hoek: 1-0. De zwakte van de ploegen in deze helft van het toernooischema etaleerde zich in met name de veertig minuten die volgden. Kroatië kwam tot niets, tenzij in de gelegenheid gebracht door Engels gerommel achterin. Maar het was de falende afronding van Harry Kane en Jesse Lingard en de belabberde keuze van Raheem Sterling die de ongekende nervositeit van de tweede helft inleidde voor het elftal dat meer common sense in zich zou dragen dan vele Engelse ploegen voor hen. Pure paniek volgde.

De geschiedenis weegt zwaar

De historie weegt zwaar in Engeland, dat de voetbalgeschiedenis zowat als exportproduct over de wereld uitstort: 1966 and all that. Southgate is de eerste Engelse bondscoach die nog niet geboren was toen Engeland de wereldtitel won. Het was, 52 jaar terug, Bobby Charlton die twee keer scoorde tegen Eusebio’s Portugal in de laatste gewonnen halve finale op een toernooi. Koningin Elizabeth II zat toen al veertien jaar op de troon, nu nog steeds overigens. De vader van Charlton, met twee zoons in de Engelse ploeg mind you, had dienst in de mijn en vond vrijaf vragen wat veel van het goede voor die halve finale op Wembley. Zijn opzichter riep tweemaal ‘Bobby scored’, zo ging dat.

Andere tijden. Wie kijkt er niet, nu? Twintig miljoen mensen, ruim, voor de kwartfinale. Nog wel een paar miljoen meer, nu. Iemand schreef: de natuur heeft net als bij het baren van kinderen een mechanisme waardoor je vergeet hoe pijnlijk kijken naar Engeland is. Het pad naar een terugkeer in een toernooifinale, ooit, ligt bezaaid met blamerende uitschakelingen. De schrijnendste op een toernooi was tegen IJsland op het EK 2016 maar de pijnlijkste episode, deze eeuw althans, was de mislukte kwalificatie voor het EK 2008 die zich voltrok na een nederlaag tegen Kroatië op Wembley. Een generatie grote namen, Wayne Rooney, Frank Lampard, Steven Gerrard, John Terry, faalde. Coach Steve McClaren, ach.

Wat dit Engels team anders maakt? Op Raheem Sterling na zijn dit niet jongens die als tieners al tot hoogtes werden geschreven die ze in wezen niet kunnen of konden halen. Spelers met een lange aanloop vaak, gepokt en gemazeld in de lagere regionen van de Premier League of nog een niveautje – soms twee – lager. Zo ontoegankelijk is de top van de Premier League dat de internationals van nu via huurconstructies ervaring opdeden. En dan maar kijken. Het leverde een aaibare ploeg op, football’s coming home werd de mantra.

Engeland gaf na de rust meer en meer blijk van een vertwijfeling in het zicht van zo’n monumentale gelegenheid tot onsterfelijkheid: het halen van de WK-finale. Perisic kon een kwartier na rust hard uithalen vanaf een meter of achttien, maar Kyle Walker wierp zich ervoor. Kort daarop alsnog de 1-1. Dezelfde hoofdrolspelers: Walker kwam te kort bij een voorzet van rechts en Perisic, met een hoog been, maakte precies genoeg contact met zijn voet om keeper Jordan Pickford in de hoek te verrassen. 1-1.

Engeland, verdwaasd intussen, werd kapotgeplukt door het herrezen Kroatische korps, Southgate’s mannen onmachtig in het controleren, neutraliseren. Intelligentie, tactisch besef, stalen zenuwen ontbraken – oude kwaal toch bij de uitvinders van het voetbal. Het is deze jongste equipe ooit amper te verwijten, maar de geschiedenis nam weer een loopje met de mannen die het voetbal mee naar huis zouden nemen.

Het was weer Perisic die, na geschutter achterin de defensie, in balbezit kwam op een gevaarlijk plek en het tot een laag schot op de paal bracht uit een kansrijke hoek. Bijna lag Engeland op de knieën. Sterling moest wijken, Rashford viel in. Geheim wapen voor een ploeg in de verdrukking? Hoe dan ook, Southgate hield het bij de hoop op een bevlieging tegen een team dat na 240 minuten voetbal in de afgelopen knockoutweek toch ooit eens moest breken.

John Stones kopte in de eerste helft van de verlenging nagelhard op de paal, uit maar weer eens een corner. Het zag er na de inbreng van Danny Rose voor aanvallende back Ashley Young stabieler uit met vier man traditioneel achterin, Eric Dier ervoor. Maar Kroatië was gevaarlijker, leper, ondanks weer een uitputtingsslag van 120 minuten. Scherpe voorzet van Perisic, Pickford greep moedig in. Maar het noodlot bleek onafwendbaar: een afgeslagen aanval, achterover terug in de zestien gekopt door de Engelse plaag Perisic en van vlakbij binnengeramd door Mario Mandzukic. De troostfinale rest, tegen België. Engeland is weer een ontgoocheling rijker, football komt niet naar huis. 52 jaar voetballeed, het houdt niet op.