Buitenland, Tech

In Italië is ook het populisme schijn


Dirk-Jan van Baar is historicus en publicist.

Met de komst van een nieuwe volksregering in Rome, die alles anders gaat doen, wordt over Italië weer geschreven alsof het einde der tijden nabij is. Toegegeven; het land nodigt daartoe uit. In onze ogen is het dolce vita decadent en als we niet oppassen gebeurt dat straks op onze kosten.

Maar in Italië is niets wat het lijkt, dus ook het populisme niet. Italië loopt voor- én achterop. Voorop, omdat we alle moderne politieke agitatie, van Mussolini tot Berlusconi, in Italië het eerste hebben gezien. Achterop, omdat de noordelijke economieën al vijf eeuwen het tempo dicteren. Italië heeft alles al eens meegemaakt, maar dan groter en dramatischer. Het Romeinse Rijk is synoniem voor de ondergang, en een betere spindoctor dan Machiavelli – een zoon van de Renaissance – is er nooit geweest. Daarbij heeft de katholieke kerk Italië geleerd dat de macht altijd achter de schermen huist. Een realistisch inzicht, of je nu wel of niet gelooft.

Natuurlijk zijn dit clichés, maar daar staan de clichés tegenover van al diegenen die, met de nieuwe geheel uit populisten bestaande regering in Rome, het einde van de euro al voor zich zien. Ook de Italiaanse president had zijn twijfels, en blokkeerde in eerste instantie de benoeming van de eurosceptische en anti-Duitse professor Paolo Savona als minister van Financiën. Vier dagen dagen later ging de regering alsnog van start, mét de 81-jarige Savona als minister van Europese Zaken.

Was de blokkade van de 76-jarige staatspresident Sergio Mattarella louter stuntwerk voor de bühne? Wordt Italië ondanks de komst van nieuwe hemelbestormers nog steeds door oude mannen achter de coulissen geregeerd? Wie het weet mag het zeggen.

Geen charismatisch leider

Tegelijk bleef onopgemerkt dat de nieuwe regering het belangrijkste kenmerk van populisme mist: een charismatische leider.

Die had Italië wel. Na de ineenstorting van de oude politieke orde, begin jaren negentig, beheerste Silvio Berlusconi met zijn Forza Italia jarenlang het toneel. Hij werd in 2013 afgetikt, maar maakte dit jaar een comeback, die hem geen overwinning bracht, maar wel genoeg eerherstel om op rechts een rol als kingmaker te claimen.

Italië heeft al ruime ervaring met populistische leiders. Waar in de rest van de democratische wereld gevreesd wordt voor de toekomst van de oude volkspartijen, is Italië dat stadium allang voorbij. Het einde van de Koude Oorlog bracht er ook het einde van de almacht van de christen-democraten, die met Giullio Andreotti (1919-2013) als spin in het web vanaf 1945 onafgebroken in de regering zaten. Vanaf de jaren zeventig streefden de communisten onder Enrico Berlinguer (1922-1984) naar een ‘historisch compromis’ met de christen-democraten, dat formeel nooit echt van de grond kwam, maar informeel wel degelijk bestond.

Fiat en Lada

Rechts hield rekening met de linkse macht en pacificeerde die, ook door economische banden met Moskou (denk aan Fiat en Lada). Dit systeem verdampte in 1992, waarna Berlusconi met zijn grote schoonmaak kwam die al snel een zeepbel bleek.

Column Luuk van Middelaar: ‘Ongrijpbaar’ regeert met ‘helder’