Gezondheid

‘Ik ben niet ineens fan van mezelf’

Aan de olympisch schaatskampioene over 5.000 meter de vraag of ze haar CITO-score nog weet, nadat ze een heel verhaal heeft afgestoken over hoe perfectionistisch ze is, hoe ze altijd „apart” wil zijn door vast te stellen welke keuze de meute maakt en daar dan 180 graden van afwijkt. „Wat was de maximale score? 550? Dan had ik 549.”

Jaren later, aan de eettafel in het ouderlijk huis te Beinsdorp onder de rook van Schiphol, kan Esmee Visser (22) de ergernis over het schoolbestuur nog oproepen. „Ze gaven me havo-advies! Ik was zo boos. Dat gelóóf je toch niet? Waarom? Omdat ze bang waren dat ik mezelf te veel druk zou opleggen, en dat ik daaronder zou bezwijken.” Even spuwt ze vuur. Pa Visser ziet het vanaf de bank gebeuren. Hij grinnikt. „Ik wil gewoon ergens de beste in zijn. En dan schatten ze mij verdomme lager in.”

Ze komt terecht in een combinatieklas havo/vwo en ze kiest het zwaarste profiel met wiskunde, scheikunde, „én economie” om het geheel nog wat lastiger te maken. Ze wil „uitblinken” ook al moet ze daar elke dag 12 kilometer op en neer voor naar Haarlem fietsen. Geregeld zit ze tot na middernacht aan haar huiswerk, omdat ze in paniek raakt als ze het idee krijgt dat ze niet alle lesstof beheerst. Uiteindelijk slaagt ze cum laude voor haar vwo-examen. „Ik weet niet hoe ik me moet voelen om een zes te halen, daar heb ik nog steeds moeite mee. Zo veel perfectionisme is natuurlijk een beetje gestoord. In het schaatsen ging me dat ook in de weg zitten.”

Ze vertelt dat ze zichzelf voor aanvang van wedstrijden zo’n enorme druk kon opleggen, soms tot tranen toe. „Dan dacht ik: ik kan me nu ook gewoon laten vallen. Dan hoeft het allemaal niet meer. Veel liever trainde ik. Dat gaat speelser. Wedstrijden nam ik zo serieus. Totdat ik ze ben gaan benaderen als trainingen. Die knop is eigenlijk pas dit jaar echt omgegaan.”

Nut & Vermaak

Esmee Visser is acht als ze lid wordt van ijsclub Nut & Vermaak in Leimuiden, ook de vereniging van Bob de Jong. Tot haar vijftiende combineert ze het schaatsen met tennis: in beide sporten schopt ze het tot de regionale selectie. Voor schaatsen kiest ze uiteindelijk om „anders” te zijn. Bij de junioren wordt ze Nederlands kampioene op de 3.000 en 5.000 meter en ondertussen begint ze aan de VU een studie farmaceutische wetenschappen. Ze zoekt er naar medicijnen voor onder meer parasitaire ziektes in Afrika en hoopt eind dit jaar haar bachelor af te ronden. Daarna gaat ze zich weer vol op het schaatsen richten. Een ploeg moet zich nog melden.

Als ze zich in aanloop naar de winter van 2016/2017 na vijf jaar bij de baanselectie van Haarlem „de moeder van de groep” begint te voelen, besluit ze zelf met commerciële schaatsteams te gaan bellen. Alleen Team Plantina hapt toe: aanvankelijk zou ze er in een talententeam terechtkomen maar dat project wordt afgeblazen. Vanwege haar goede presteren mag ze bij Plantina wel als stagiair aanblijven, wat betekent dat haar ouders „een bijdrage” inleggen om van de faciliteiten van de ploeg gebruik te maken.

„Die gasten zeiden in juli al tegen me: jij gaat naar de Spelen. Daar kreeg ik vleugels van.”

Ze gaat op zichzelf wonen in Heerenveen, samen met collegaschaatster Irene Schouten. Een leerzame periode, ook een lastige. „Ik moest ineens mijn eigen boodschappen halen, en omdat alles bij mij perfect gestructureerd moet zijn, kostte me dat veel energie. Ik zie dan bepaalde producten en dan ga ik op de verpakking kijken om te zien welke variant perfect is. Soms bracht ik meer dan een uur in de supermarkt door. Dat werkt dus niet.” Voor de Spelen komt ze terug naar Beinsdorp, naar huis.

Trainen doet ze vanaf mei 2017 bij het RTC Noord – de opleidingsploeg van Nederlandse schaatsers in Groningen – omdat ze geen andere keuze heeft. „Ik wilde wel naar een commerciële ploeg, maar niemand bood zich aan.” Ze traint er veelal met jongens, met wie ze het beter kan vinden dan met meiden. „Die gasten zeiden in juli al tegen me: jij gaat naar de Spelen. Daar kreeg ik vleugels van.”

In de zomer wisselt ze van ijzers: van Viking naar MapleZ. Waar ze voorheen nog wel eens weggleed in de bochten, voelt ze nu „veel meer druk”, kan ze beter versnellen in een bocht.

Het blijkt de opmaat voor een wonderjaar.

Stagiair

Ze opent in oktober met een trainingswedstrijdje onder zware omstandigheden – de luchtdruk is te hoog om toptijden te kunnen schaatsen. Visser komt in Thialf tot 7.14 minuten op de 5.000 meter, niet genoeg voor de NK Afstanden. Een week later probeert ze het nog eens. Ze rijdt tegen een jongen, die de eerste zes ronden voor haar uitrijdt, maar het dan zwaar krijgt. Visser komt dan pas op stoom, blaast haar tegenstander voorbij en komt tot 7.04, waarmee ze haar doel wel bereikt.

Op het NK rijdt ze weer twee tellen harder, precies de tijd die ze bij aanvang van het seizoen met haar coach Remmelt Eldering op haar ‘doelenformulier’ had ingevuld. De vijfde plaats is ook goed voor een ticket voor de enige wereldbeker over 5.000 meter, in Stavanger. Op dat niveau had de stagiair nog nooit geschaatst. Ze wint er prompt de B-groep en is sneller dan al haar Nederlandse collega’s die in de A-groep rijden. Maar tegen schaatsen.nl zegt ze: „Ik had hier en daar nog wat missertjes. Het was zeker niet perfect.”

Journalisten beginnen ineens over de Winterspelen van Pyeongchang. „Daar kreeg ik ontzettend veel positieve energie van”, zegt ze nu. „Ik kwam in een soort van spiraal terecht. Alles wat ik deed was goed.” Een maand later is ze nog sneller op het Olympisch Kwalificatie Toernooi, en plaatst ze zich voor de Spelen zonder te weten wanneer die precies zijn.

„Voor mij was alles nieuw. Overal een beetje rondsnuffelen, een beetje de taal leren.”

In Zuid-Korea – haar eerste verre reis – kijkt ze haar ogen uit. „Ik heb een heleboel sporters gezien die niet vrolijk keken. Voor mij was alles nieuw. Overal een beetje rondsnuffelen, een beetje de taal leren.”

16 februari, haar debuut op het hoogste podium. Ze begint haar 5.000 meter „als een trainingswedstrijdje in Thialf”. Ze moet haar taken uitvoeren, meer is het niet; de bochten uit versnellen, de eerste slag op het rechte stuk met één hand los, daarna allebei op de rug. Van het publiek hoort of ziet ze niks. Het rondenbord is het enige wat telt. Het laatste rondje valt haar zwaar. Haar gezicht loopt vuurrood aan. Ze ging deze race weg op 6.56, haar persoonlijk record. Op het moment suprême schaatst ze daar niet minder dan zes seconden onder. Als ze over de finish komt en haar wereldtijd ziet, is ze blij, niet uitbundig. „Ik heb me gehouden aan het plan”, denkt ze.

Daarna ziet ze hoe iedereen zich stukbijt op haar tijd. Niemand haalt het: Annouk van der Weijden niet, Martina Sablikova niet, en ook Natalja Voronina niet. „Wow”, is het enige wat ze kan uitbrengen als ze ziet dat ze heeft gewonnen. Wat volgt zijn bewierokingen door journalisten, en daarna naar het Holland Heineken House, en de prijsuitreiking op Medal Plaza. Ze vertoeft nog bijna een week in Korea, alleen, want coach Remmelt vliegt daags na de sensatie alweer naar huis. Niemand die dit zag aankomen.

Het gouden debuut van Visser op de Winterspelen van Pyeongchang.