Buitenland

Halbe, zijn fouten en onze onoprechtheid

Weinig mensen zullen hopen op een foutloos land, met foutloze burgers, foutloze politici en foutloos aangelegde stoeptegels. Een land dat zegt: fouten mogen niet, fouten kunnen niet. Grenzen dicht voor alle fouten.

Het zou ook een stomvervelend land zijn. Mensen die leven als imago. Een dictatuur van onoprechtheid.

Toch tonen wij soms de trekken van zo’n land.

Halbe Zijlstra (VVD) wil graag een baan bij de Wereldbank, en het AD schreef dinsdag dat partijgenoot premier Rutte hem steunt. Zijlstra moest weg als minister van Buitenlandse Zaken nadat de Volkskrant had onthuld dat hij een bezoek aan de datsja van Poetin verzon. Hij had de krant langdurig aan het lijntje gehouden. Zijn aftreden was onvermijdelijk.

Nu aarzelt de politiek of hij in aanmerking komt voor een nieuwe openbare functie. De coalitie is beducht. Ook buiten Den Haag hoor je niemand zeggen: ik gun het Halbe. Onze mores verschuiven: wie zijn verantwoordelijkheid neemt en aftreedt, moet daarna blijkbaar nog meer boeten.

Helemaal onbegrijpelijk is het niet. De overheid, vaak geïnitieerd door de VVD, is voortaan bikkelhard voor mensen met een uitkering die regels niet precies naleven. Dinsdagavond sprak ik in Woerden burgers die klagen bij een gemeentelijke bezwarencommissie. Ze ervaren de overheid soms als regelrechte plurk. Logisch dat zij boos worden als een politicus, ook betrapt op een fout, wél een coulante behandeling krijgt.

Toch kan Zijlstra de betreffende baan, een soort ambassadeurschap, vermoedelijk makkelijk aan. Hij hield vijf jaar een regeringsfractie bij elkaar, en deed vorig jaar bijna in zijn eentje de formatieonderhandelingen voor zijn partij. Zijn bijdrage aan het openbare leven mag er zijn.

Dus de echte vraag is wat voor land we zijn als één – enorme – fout genoeg wordt om iemand voor lange tijd uit openbare functies te weren. Het is bovendien best vreemd om als samenleving politici extra hard te straffen voor fouten die iedereen maakt. We weten allemaal dat de meeste mensen liegen: wetenschappers zien liegen bij kinderen voortaan zelfs als blijk van intelligente.

En een maatschappij die zich niet wil laten vertegenwoordigen door iemand die een fout maakte, suggereert dat foutloosheid voortaan een maatschappelijke norm is. Dat is pas echt liegen.

Dit thema zou gebaat zijn bij schappelijkheid. Nieuwe mildheid. Want als we medeburgers afwijzen omdat ze één fout hebben begaan – politici of mensen met een uitkering – creëren we een gemeenschap waarin we eisen aan anderen stellen die we zelf nooit kunnen nakomen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.