Buitenland

Een vertrouwelijke klimaatnotitie en het dilemma dat rechts nu wacht

Je kunt afgaan op de feiten van een formatie. De cameramomenten bij het Catshuis. De teksten van Tjeenk Willink. De uitspraken van onderhandelaars, na een overleg.
Zeker zo interessant zijn de feiten die zich niet in de formatie voordoen. Het beraad dat niet wordt belegd. De partijen die niet worden uitgenodigd. De onderwerpen die niet worden besproken.

Zo begreep ik van diverse zijden dat Jesse Klaver vorige week in het Catshuis, toen het later mislukte overleg over migratie al moeizaam verliep, het aanbod kreeg op klimaatbeleid over te stappen.

Vooral Pechtold, beducht voor een tweede mislukking, wilde zuurstof in het gesprek houden.

De GroenLinks-leider sloeg het aanbod af. Hij dacht, kreeg ik achteraf uitgelegd, dat het zinloos was aan andere onderwerpen te beginnen zolang het geschil over migratie niet uit de wereld was.

Het was een van de elementen waarvan ze in andere partijen later zeiden: Klaver wilde niet meer – hij zocht een uitweg.

Het gevolg was in elk geval dat de vertrouwelijke formatienotitie Klimaatscenario’s, eerder opgesteld door de Kamerleden Agnes Mulder (CDA) en Bart Snels (GroenLinks), niet meer ter sprake kwam.

Nogal significant, omdat dit stuk, twee A4tjes, erg informatief is – óók voor de komende fase van de formatie: het laat zien dat het CDA de verplichtingen die het Parijse klimaatakkoord stelt veel lager inschat dan de progressieve partijen.

In het stuk is dit verpakt in een lange reeks technische termen („ETS”, „non-ETS”, „emissiereductieopgave vanuit de EU-verplichtingen”, etc.) maar het komt erop neer dat het CDA de Parijse verplichtingen denkt te kunnen halen met relatief milde ingrepen in landbouw en vervoer.

Feit is dat D66 op dit thema niet ver verwijderd is van GroenLinks: beide zetten in op beperking van het personenvervoer (automobilisten) en sanering van de landbouw (vooral veeboeren).

En nu de formatie in de fase komt dat VVD en CDA Pechtold alleen nog met inhoudelijke toezeggingen in een coalitie met de CU kunnen lokken, ligt hier een van de grootste dilemma’s voor de komende weken.

Genoeg gepraat. Genoeg tactische bewegingen gemaakt. Nu volgt de fase van de grootse gebaren: kunnen VVD en CDA, om een coalitie met D66 en CU of PvdA te maken, ook toezeggingen doen die de eigen achterban – autobezitters en veeboeren – serieus pijn doen?

Voor de fijnproevers en de liefhebbers was het eigenlijk een spectaculaire formatieweek.

Klaver en GroenLinks vielen af – dat was de verrassing niet. Na alle massa-events in de campagne, waarin Klaver als leider van links „de verandering van Nederland” voorspelde, is nu alleen wel de vraag of hij kan uitstijgen boven de getuigenispolitiek waaruit zijn partij voortkomt: de hoogstaande principes van nogal klein-links.

Neen, het echte inzicht was deze week de realiteit die informateur Tjeenk Willink in beeld bracht: van de 150 Kamerzetels zijn er op dit moment zeker 48 (GroenLinks, PVV, SP) uitgeschakeld voor regeringsvorming, en in de praktijk kun je er daar nog wel zo’n tien (PvdD, Denk, FvD) bij optellen.

Dus grofweg een derde van alle Kamerleden is door zichzelf of anderen als coalitiepartner uitgeschakeld.

Ooit stonden we samen sterk. Nu is samenwerking onze grootste zwakte.

En aangezien die uitgeschakelde zetels zich op beide flanken bevinden, volgt hier automatisch uit dat elk meerderheidskabinet uit zowel rechtse als linkse partijen bestaat.

De kiezer verlangt harde keuzes – en krijgt een beetje van rechts en een beetje van links.

Tegelijk was het fraai hoe Tjeenk Willink donderdag deze handicaps aanwendde om de formatie in een beslissende fase te duwen. Ik merkte dat ook sommige onderhandelaars het bewonderend aanschouwden.

Om aan te tonen dat Pechtold, ondanks grote woorden (‘ongewenst’, etc.), een gaatje voor de CU openhield, bewandelde de informateur een omgekeerde route.

Hij liet Rutte en Buma op papier zetten waarom ze de PVV uitsluiten. Hij liet Roemer op papier zetten waarom de SP de VVD uitsluit. Het leverde drie documenten op die nog geruime tijd geciteerd zullen worden.

De brieven van Rutte en Buma over Wilders zijn opmerkelijk in hun stelligheid en onomkeerbaarheid. Wilders „is verhard” (Rutte) en wordt „steeds radicaler” (Buma). Hij „ondermijnt instituties” zoals het parlement en de magistratuur (Rutte) en „is in zijn optredens en uitingen alleen maar grover geworden” (Buma).

Hij heeft de laatste jaren „niet laten zien constructief te willen meewerken aan oplossingen voor de grote problemen” (Rutte) en heeft ook recentelijk „niets gedaan (…) om vertrouwen te herstellen” (Buma).

Dus burgers kunnen zich eraan ergeren dat de tweede partij van het land en diens 1,4 miljoen kiezers buiten deze formatie staan – maar de brieven maken duidelijk dat die kiezers zich hebben verbonden aan een politiek en een stijl die Wilders’ voornaamste potentiële partners minachten.

Ook Roemers tekst mag er zijn: hij wijst „de neoliberale koers” van de VVD „ten principale af”. Het betekent in feite dat de SP zich afsluit van regeren zolang de VVD of D66 (op onderdelen neoliberaler dan de VVD) in het kabinet zit – en dat is bijna altijd.

De exercitie gaf Tjeenk Willink ruimte voor de vaststelling dat Pechtold géén brief schreef waarin hij de CU afwijst: zo zorgde de informateur ervoor dat de D66-leider en CU-voorman Segers wel met elkaar moeten onderhandelen zodra ze daartoe, niemand weet wanneer, worden uitgenodigd.

De verwachting is dat Tjeenk Willink vanaf volgende week inhoudelijke keuzes met de ‘centrale drie’ (VVD, CDA, D66) gaat maken, en gaandeweg een vierde kandidaat-coalitiepartner zoekt.

De PvdA laat weten dat ze hiervoor niet beschikbaar is: de partij wil eventueel pas nadenken als alle andere mogelijkheden zijn afgevallen.

Zo komt de CU vanzelf in beeld, en inhoudelijk maakt dat voor VVD en CDA weinig uit: op zaken als economie, migratie en klimaat is de CU vaak linkser dan D66.

Intussen wijst alles erop dat Tjeenk Willink lage prioriteit toekent aan medisch-ethische zaken: principiële conflicten tussen D66 en CU die eigenlijk alleen met uitstel opgelost kunnen worden.

De eerste onderhandelingsronde liet trouwens uitstekend zien hoe kwetsbaar een formatie is voor externe druk. De dag voordat Buma bij Klaver thuis zou gaan proberen die notitie Klimaatscenario’s vlot te trekken (Klaver had bij hem geklaagd), onthulde het AD 11 mei dat CDA en GroenLinks op klimaat geen enkele vooruitgang boekten.

Oud-Rabotopman Wijffels haalde in de krant uit naar Buma („net Trump”), en het effect was dat de afspraak werd uitgesteld. Meteen daarna liep alles stuk op migratie.

Maar goed – deze keer is dit soort mislukkingen dus amper nog mogelijk. Tegelijk kan ook de Europese werkelijkheid, de nieuwe as Macron-Merkel, voor de eurosceptische CU lastig zijn, aangezien D66 ook op dit punt de progressiefste partij van het parlement is.

Toch wijst nu alles erop dat Rutte III een vierpartijencoalitie met de CU zal worden, waarbij de externe kritiek zwaarder zal zijn dan onder Rutte II.

Op links vormt flankpartij SP de oppositie dan met GroenLinks en PvdA. Op rechts zijn flankpartijen PVV en FvD de oppositie. Die weten wel raad met woedende veehouders en boze automobilisten die lijden onder het nieuwe klimaatbeleid.

Dus Rutte III zal vast een kabinet worden dat, zoals Pechtold wil, uitdraagt dat het de maatschappelijke tegenstellingen wil overbruggen. Maar je weet nu al dat deze coalitie vanuit beide flanken zwaar onder vuur komt te liggen.

Het ideaal van samen sterk: in dit gefragmenteerde parlement is het volkomen gedateerd. Voor elke partij komt meedoen aan een nieuwe coalitie voortaan neer op: samen strafwerk.