Economie

De hete aardappels staan nog op tafel

Er klonk kritiek nadat dinsdag het ‘voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord’ werd gepresenteerd. Nederland wil de uitstoot van broeikasgas halveren in 2030, en we weten na drie maanden onderhandelen niet wat de financiële gevolgen zijn voor burgers en de Rijksbegroting.

De vraag wie dat allemaal gaat betalen zal pas in september door kabinet en Kamer worden beantwoord – dus niet door ‘de polder’, zoals Shell, ANWB en Greenpeace, die nu het eerste deel van het huiswerk heeft gedaan.

En zo zijn er meer hete aardappels die door de onderhandelende partijen aan de zes verschillende ‘tafels’ – voor sectoren als de industrie en de landbouw – nog even zijn doorgeschoven.

  • Wie gaat dat allemaal betalen?

    Het korte antwoord: dat is nog volkomen onduidelijk. De eerste wensenlijstjes liggen wel op tafel. Zo becijfert de industrie jaarlijks een oplopend bedrag van 0,5 tot 1 miljard euro nodig te hebben als vergoeding voor haar onrendabele investeringen van in totaal zo’n 15 tot 20 miljard tot 2030. Met name Milieudefensie vreest dat dit tekenend is voor de trend dat de rekening te veel bij de burger komt te liggen. „Bijna alle lasten worden door gezinnen en door het midden- en kleinbedrijf betaald. Het grote bedrijfsleven draagt bijna niets bij”, zei directeur Donald Pols eerder tegen NRC.

    En heeft de Nederlandse industrie – met een jaarlijkse omzet van 300 miljard euro – echt dat miljard uit de staatskas nodig? De wenkbrauwen van verantwoordelijk minister Eric Wiebes trokkenlichtjes omhoog toen hij het expliciete verzoek om steun las, zei hij dinsdag bij het tv-programma Jinek .

    Wiebes zal minder zijn verrast door de financiële voorstellen van de onderhandelaars voor de ‘gebouwde omgeving’. Daarin wordt gevraagd om gas zwaarder en stroom lichter te gaan belasten, iets wat het kabinet al overwoog. De vraag is alleen of dat voldoende is om mensen massaal aan bijvoorbeeld de warmtepomp te krijgen.

    De politiek zal voor elke maatregel – van de „warme sanering” van de varkenssector tot CCS – moeten beslissen: zijn er subsidies nodig? Wordt er geschoven met belastingen? Of worden er normen opgelegd? Annemiek Nijhof van de mobiliteitstafel suggereerde al dat de tijd rijp is voor „beprijzing van mobiliteit” – ook al heeft het kabinet de invoering van rekeningrijden tot 2021 opgeschort.

  • Wie krijgt de biobrandstof?

    In de lange lijst plannen die de mobiliteitssector presenteerde, speelt ook biobrandstof een belangrijke rol. Er wordt veel meer van bijgemengd in benzine en diesel, en er zijn plannen voor biogas voor vrachtwagens en schepen. Al die brandstoffen worden gemaakt uit ‘biomassa’, zoals plantaardige olie, groen afval en plantenresten. Ook andere tafels maken aanspraak op biomassa, zoals voor groen gas om huizen in binnensteden te verwarmen, en de luchtvaart wil biokerosine. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarschuwde in een vertrouwelijke notitie dat er weinig duurzame biomassa beschikbaar is – het zou dus „prudent” zijn om er zo min mogelijk voor te kiezen. En met welke criteria voorkom je dat de teelt van gewassen voor energie ten koste gaat van natuur of schaarse landbouwgrond? Over alles heerst grote onenigheid: tussen milieubeweging en bedrijfsleven, maar ook tussen deskundigen. Een speciale ‘taakgroep’ moet het debat in de herfst vlot trekken.


    Lees ook: Deze voorstellen moeten de CO2-uitstoot halveren

  • Hoeveel CO2 mag de grond in?

    Er is nog zo’n splijtzwam: de ondergrondse opslag van CO2 (CCS) drijft de industrie en de milieubeweging nog altijd uit elkaar, blijkt uit de voorzichtige formuleringen in de hoofdlijnen van het akkoord. Zo is CCS „een overbruggingsoptie” en „geen doel op zich”. Ondanks alle verbindende woorden wordt volgens de huidige plannen 7 miljoen ton CO2 jaarlijks onder de zeebodem gestopt. Dat is een zesde deel van de CO2-uitstoot van de industrie.

    Komt het zover? Volgens het PBL is het vrijwel onmogelijk om de klimaatdoelen te halen zonder CCS. In het indicatieve ‘boodschappenlijstje’ dat het PBL in april meegaf aan de klimaatonderhandelaars was al 7 miljoen ton CO2 meegerekend. Dat zou haalbaar zijn tegen beperkte kosten. De milieubeweging, die ook meepraat aan de industrietafel, houdt haar bezwaren: het is een nog weinig beproefd lapmiddel dat echte vergroening remt.

    Tegelijkertijd ziet de industrie CCS als een zachte landing. Door nu CO2 op te slaan, is er meer tijd voor omschakeling. „Zonder CCS tekenen wij geen akkoord”, zei een vertegenwoordiger van de industrie al dreigend. En dus polderen we nog even verder: de komende drie maanden komen partijen – aldus het voorstel van de industrietafel – „met een nadere invulling op basis van joint fact finding”.

  • Komt er een Nederlandse CO2-heffing?

    Volgens een ingrijpende maatregel uit het regeerakkoord moeten Nederlandse elektriciteitscentrales meer gaan betalen voor de uitstoot van CO2. Het zou de schatkist op termijn 620 miljoen euro per jaar opleveren en Nederlandse fossiele centrales uit de markt prijzen.

    Er is al wel een Europese CO2-prijs, die vandaag de dag op 16 euro per ton ligt. Van de industrie tot de milieubeweging wordt er gelonkt naar een Europese of zelfs wereldwijde hogere CO2-prijs. Die maakt investeringen in schone technologie eerder rendabel. Het kabinet nam het voortouw met een landelijke CO2-premie voor de elektriciteitsector, bovenop de Europese CO2-prijs.

    De afgelopen maanden belandde ook een CO2-prijs voor de industrie stilletjes op de agenda. Er wordt „verder onderzoek” naar gedaan, staat in het verslag van de industrietafel.

    Intussen ligt er wel een tegenvaller voor de CO2-belasting voor de centrales. Als die minimumprijs alleen in Nederland wordt ingevoerd, is dat niet zo effectief, bleek in juni uit onderzoek. De Nederlandse CO2-uitstoot daalt weliswaar sterk, maar we gaan ook op grote schaal stroom importeren van vuile kolencentrales over de grens. De onderhandelaars hebben de bal nu weer bij de politiek gelegd: willen we de CO2-prijs schrappen of toch invoeren, misschien met aanpassingen? Eén van de opties: een aanvullende importheffing op stroom.

    Er zijn tienduizenden vakkrachten nodig om huizen te isoleren en gasvrij te maken

  • Wie gaat al het werk doen voor de energietransitie?

    In 2013, toen het Energieakkoord gesloten werd, was het de vraag of er voldoende banen gecreëerd konden worden. Nu is het probleem: hoe komen we aan arbeidskrachten? De installatiebranche zit om tienduizenden vakkrachten te springen die de komende decennia 7 miljoen huizen isoleren en gasvrij maken. Netbeheerders als Stedin, Enexis en Liander zijn ook op zoek naar personeel. En dan zijn er nog handjes nodig om de verwachte 2,8 miljoen laadpalen voor elektrische auto’s neer te zetten – dat zijn er nu nog maar 130.000. De industrietafel hoopt dat mensen vanuit de krimpende olie- en gasindustrie naar de installatiebedrijven overstappen.

  • Wat gaan de luchtvaart en de scheepvaart doen?

    Internationale vliegtuigen en zeeschepen die in Nederland tanken, zorgen voor meer broeikasgas dan de hele industrie of het verkeer: 52 miljoen ton CO2 per jaar. Toch komen ze nauwelijks in de rapporten van de klimaattafels voor. Deze internationale branches tellen niet mee voor de Nederlandse uitstoot. Ze zijn ook niet gebonden aan het VN-klimaatakkoord van Parijs dat de mondiale opwarming moet beperken tot ruim onder de twee graden.

    De overlegtafel Mobiliteit oppert slechts dat er biobrandstof ingezet kan worden. Wel is er vorige maand een speciale bijzettafel ‘luchtvaart’ gecreëerd: de top van KLM, de luchthavens en het ministerie denken daar na over lagere uitstoot. De oplossingen variëren van efficiëntere vliegroutes en elektrisch taxiën tot versnelde vervanging van oude toestellen en het schrappen van korte vluchten. En vanaf 2021 komt er, zoals in veel andere landen, een luchthaventaks voor vliegtuigpassagiers. Als dat niet in Europees verband gebeurt, dan doen we het op eigen houtje, zegt het kabinet. Voor lange vluchten gaat het dan om zo’n 40 euro.

    Het aantal doorgeschoven aardappels is natuurlijk groter. Sommige thema’s zijn zo beladen dat de driehonderd deelnemers aan de klimaattafels ze grotendeels onbesproken lieten. Kan de intensieve veeteelt op de oude voet doorgaan? Die kwestie wordt door de regeringspartijen CDA en ChristenUnie het liefst omzeild.

    En moet het fiscale stelsel niet fundamenteel worden vergroend, met hogere belastingen op energie en grondstoffen? Moet de consument zijn koop- en reisgedrag niet drastischer aanpassen? De vraag is of de VVD bereid is om als „vroem-vroem-partij”, zoals premier Rutte zijn partij onlangs omschreef, een andere weg in te slaan. Maar om de CO2-uitstoot in te perken met de beloofde 55 procent uit het regeerakkoord, zullen aanvullende maatregelen onvermijdelijk zijn – net als politieke discussie.