Buitenland

‘Bij kinderen met overgewicht is er vaak veel meer aan de hand’

Komt een moeder bij de dokter met een te zwaar kind met, laten we zeggen, een verzwikte enkel. Wat zegt die huisarts? „De meeste huisartsen zullen het gewicht niet ter sprake brengen”, zegt huisarts Annemarie Schalkwijk. „Die moeder komt daar met een andere vraag, dan vinden huisartsen het vaak lastig om te zeggen: goh, ik zie ook dat je wat te zwaar bent. Hoewel zo’n enkel wel een goed aanknopingspunt biedt. Dan kun je een link leggen met het gewicht.”

Annemarie Schalkwijk (Soest, 1975) promoveerde afgelopen vrijdag aan de VU in Amsterdam op onderzoek naar de aanpak van kinderobesitas. Who cares?, gaf ze haar proefschrift als titel. Zo dubbelzinnig als in de Engelse betekenis is dat niet te vertalen. Wie zorgt er voor kinderen met obesitas? Maar ook: wie kan het iets schelen?

Waarom zijn huisartsen zo huiverig?

„Soms zijn ze bang om het vertrouwen van de patiënt te beschadigen. Een groot deel ziet het ook niet als hun taak: een consult duurt tien minuten, ze hebben weinig tijd. Je hoort vaak: waarom moeten wij die zorg op ons nemen als de omgeving van het kind niet verandert? Het is dweilen met de kraan open. Of huisartsen zijn teleurgesteld geraakt doordat pogingen om kinderen te laten afvallen zijn mislukt. Dat is begrijpelijk, maar dat betekent niet dat je niet moet blijven signaleren en motiveren.”

Sinds 1980 is het aantal kinderen in Nederland met overgewicht en obesitas verdubbeld. Bijna 14 procent van de basisschoolkinderen heeft overgewicht, een klein deel daarvan zelfs ernstig overgewicht (obesitas). Al eerder, in 2010, kwam er een nieuwe richtlijn voor huisartsen. Die beschreef dat de behandeling van kinderen met overgewicht moest bestaan uit een individueel zorgplan met één zorgverlener als aanspreekpunt. Er moest hulp komen voor het hele gezin, gericht op meer beweging, een gezond voedingspatroon en psychologische begeleiding. Die Zorgstandaard, zo concludeert Schalkwijk na haar onderzoek onder huisartsen en gezinnen in Amsterdam-West, is „onuitvoerbaar”. Ouders en kinderen zijn moeilijk te motiveren omdat ze soms zelf de gezondheidsrisico’s niet zien. Het is voor huisartsen onhaalbaar om de taak van ‘centrale zorgverlener’ op zich te nemen, en de communicatie met andere zorgverleners schiet tekort.

De helft is te zwaar

Overgewicht had in 2017 13,5 procent van de Nederlandse kinderen van 4 tot 18 jaar. 2,8 procent had ernstig overgewicht (obesitas).

Te zwaar is meer dan de helft van de volwassen Nederlanders. 14 procent van de volwassenen heeft obesitas, 2,5 keer zo veel als begin jaren tachtig, volgens CBS en RIVM.

Morbide obesitas heeft een op de honderd Nederlanders, deze mensen ontwikkelen vaak ernstige gezondheidsklachten.

Obesitas geeft een verhoogd risico op onder meer diabetes en hart- en vaatziekten.

Inmiddels hebben andere zorgverleners die centrale rol veelal overgenomen, maar kinderen met overgewicht zijn er nog steeds.

Een ‘wicked problem’, wordt obesitas genoemd. Een taai maatschappelijk probleem. Zo veel factoren spelen mee, dat je niet weet waar je moet beginnen. Of je in een buurt woont waar je buiten kunt spelen, op wat voor school je zit, sociaal-economische status, maar ook de opvoeding en achtergrond van de ouders zelf spelen een rol. En ook nog het kind zelf en zijn gedrag. Schalkwijk: „Roken heeft ook wel dertig jaar geduurd en dat was makkelijker. Want je moet elke dag eten, eten is met ons hele leven verweven en ongezond eten is overal.”

U hebt voor uw onderzoek met veel ouders en kinderen gepraat. Waar worstelen ze mee?

„Vroeger spraken we over ‘rust, reinheid en regelmaat’, dat klinkt nu ouderwets. Maar het gaat nog steeds over balans en dat is moeilijk. Dat heeft met kennis en vaardigheden te maken. Wat is gezonde voeding? Dat weten veel ouders niet. ‘Mogen we dan nooit meer een bakje chips?’ Jawel, je mag heus af en toe wat chips, maar het evenwicht vinden, is niet vanzelfsprekend. Leefstijlverandering is voor iedereen moeilijk. Opvoeding komt daar nog eens bij. Regels stellen en daaraan vasthouden, veranderingen consequent volhouden – iedereen met kinderen weet dat dat niet meevalt.”

Als je het alleen moet doen, is een gezonde leefstijl heel moeilijk te bereiken

Annemarie Schalkwijk

Als het niet lukt om af te vallen, raken gezinnen vaak teleurgesteld en haken ze af. Is meer bewegen en gezond eten soms niet te veel gevraagd?

„Gezinnen kampen vaak met een samenspel van problemen – financieel, psychisch, et cetera. Als je hoofd al vol zit met zorgen, hoe kun je dan je leefstijl veranderen? Als er te weinig geld is voor sport, kun je andere mogelijkheden zoeken: hoe ga je naar school? Kun je op de fiets in plaats van met de auto? Of als je met de bus gaat: kun je twee haltes eerder uitstappen? Om het geheel in kaart te brengen moet je veel vragen stellen en het in kleine blokjes opdelen.”


Lees ook: We eten te veel suiker, en dat is niet alleen maar onze eigen schuld

Maakt je cultuur een verschil?

„Nauwelijks. We hebben erop gelet dat in het onderzoek allerlei nationaliteiten vertegenwoordigd waren en dan zie je weinig verschillen. Bij gezinnen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is de rol van opa en oma in de opvoeding misschien een belemmering, als zij het kind met snoep blijven verwennen. Maar een vader in een Nederlands gezin die niet meewerkt, maakt het voor een moeder die het gezin gezond wil laten eten net zo lastig. Als je het alleen moet doen, is een gezondere leefstijl heel moeilijk te bereiken, je hebt de steun van de omgeving nodig.

„Ouders en kinderen zeggen ook dat het belangrijk is dat in de zorg iedereen hetzelfde doel heeft. Er zit een heel netwerk omheen – de centrale zorgverlener van de Jeugdgezondheidszorg, de huisarts, een pedagoog, een diëtist, noem maar op. Soms moeten ouders en kinderen wel tien keer hetzelfde verhaal vertellen en krijgen ze verschillende adviezen. En overgewicht is helemaal niet leuk om over te praten.”

U beschrijft dat van de 327 kinderen met overgewicht die waren uitgenodigd mee te doen aan een programma, er na een jaar nog maar 28 in beeld waren bij de huisarts. Is dat niet frustrerend?

„Ik heb me nooit gefrustreerd gevoeld over de gezinnen. Ik dacht soms wel: waarom lukt het de één wel en de ander niet? Maar kleine successen zijn genoeg om door te gaan. Een vader met diabetes, een zoon met overgewicht, een moeder die de link legt en het hele gezin meekrijgt. Of een jongetje dat eerst niet wilde en bij wie toen toch het kwartje viel. Je wordt de hele dag blootgesteld aan ongezonde verleidingen, dan is intrinsieke motivatie zó belangrijk.


Lees ook het opiniestuk van chirurg Frits Berends: Obesitas los je niet op met Sla & Sport

„Ik heb me eerder, laat ik zeggen, verbaasd over de samenwerking in de zorg. Zorgverleners die bang zijn om informatie te delen met de huisarts, of obstakels in de ict en de administratie waardoor communicatie tijdrovend was. Dan zei een zorgverlener bijvoorbeeld: ik denk dat de moeder depressief is. En dan vroeg ik: heb je de huisarts weleens gebeld? Een huisarts ziet het hele gezin, die weet wat er nog meer speelt. In een dorp is dat contact misschien vanzelfsprekender, maar ook in de stad moet je elkaar kennen.”

Ziet u de laatste jaren verbeteringen?

„Obesitas en overgewicht bij kinderen nemen af, maar in de groep van 0 tot 2 jaar nog niet. Je moet dus al voor de zwangerschap voorlichting geven. Bij jonge huisartsen zie ik wel meer interesse om overgewicht te signaleren en preventie te bespreken. Als ik er met collega’s over praat, geef ik praktische tips: zorg dat weegschaal en meetlint in de looproute liggen, zo kun je kinderen tijdens het lichamelijk onderzoek meteen meten en wegen. Ouders vragen dan vaak zelf al of het in orde is. Je kunt ook vragen hoe het op school gaat, heb je vriendjes en vriendinnetjes? In beide gevallen heb je een opening voor een gesprek. Jammer dan dat het spreekuur even uitloopt. Uiteindelijk wil iedere huisarts dat een kind goed in z’n vel zit.”