Maatschappij

Besmettelijke builenpest in 3.800 jaar oude skeletten

De uiterst besmettelijke variant van de bacterie Yersinia pestis, die de builenpest veroorzaakt (de Zwarte Dood uit de late Middeleeuwen) is minstens 3.800 jaar oud. Dat is 1.000 jaar ouder dan tot nu toe werd aangenomen. Dat schreef een internationale groep wetenschappers geleid door het Max-Planck-Institut für Menschheitsgeschichte vorige week in Nature Communications. De onderzoekers vonden DNA van de dodelijke bacil in de tanden van twee skeletten uit een graf in de Russische regio Samara.

De allervroegste in menselijke resten aangetroffen pestbacillen zijn nog ouder: zo’n 5.000 tot 3.500 jaar oud, maar die beschikten nog niet over de juiste genetische eigenschappen om zich makkelijk te kunnen verspreiden. Ze konden niet door vlooien worden meegedragen. Via vlooien springt Yersinia pestis over tussen zoogdieren, onder meer van ratten naar mensen. Na een vlooienbeet nestelt de ongenode gast zich in een lymfeklier en zorgt daar voor de kenmerkende zwellingen.

De nu in Rusland gevonden bacteriën zijn wel in het bezit van deze cruciale aanpassing waardoor ze kunnen overleven in de darmen van vlooien. De onderzoekers schatten, met behulp van koolstofdatering, dat de door hen onderzochte lichamen zo’n 3.800 jaar oud zijn, een klein millennium ouder dan de tot nu toe oudst bekende door vlooien verspreide builenpest: rond 900 voor Christus in het huidige Armenië.

De paleopathologen van het Max-Planck-Institut bestudeerden het gebit van negen mensen die leefden in het Rusland van de Bronstijd (3.000 tot 800 voor Christus). De twee besmette skeletten lagen samen in één graf. Ze behoorden tot de zogenoemde sroebnacultuur, te vinden ten noorden van de Kaspische Zee. Dit gebied was onderdeel van de Euraziatische steppevlakte, die in de Bronstijd een belangrijke migratieroute werd. Het DNA van één van de pestlijders openbaarde dat de patiënt voorouders had uit de steppe, maar ook voorouders van Europese boerenkomaf. Bacteriën maakten van deze toegenomen menselijke mobiliteit gebruik om zich te verspreiden, zowel naar Europa als Azië.

Twee varianten

Tot nu toe werd aangenomen dat er tijdens de Bronstijd slechts één stam bestond van Yersinia pestis. Met de variant die in de Russische skeletten is aangetroffen, kan dat aantal worden bijgesteld naar twee. Hoe deze varianten van de pest zich in de Brons- en IJzertijd hebben ontwikkeld, moet nog worden vastgesteld door verder onderzoek aan menselijke resten.

Yersinia pestis heeft de afgelopen 2.000 jaar voor een drietal grote pandemiën gezorgd: de Pest van Justinianus (begon in 541 en stak daarna twee eeuwen van tijd tot tijd de kop op: 25 miljoen doden), de Zwarte Dood (teisterde Europa en Azië in de veertiende eeuw, en kwam daarna een aantal keer op kleinere schaal terug: tussen de 25 en 50 miljoen Europese doden) en de Derde, of Chinese pandemie (eind 19e eeuw: 10 miljoen doden).

De builenpest komt nog steeds voor, voornamelijk in Congo, Madagascar en Peru. De ziekte is tegenwoordig goed te bestrijden met antibiotica.