Economie

‘Als dit het leven is, dan denk ik dat ik mensen ga vermoorden’

‘Doe jij het interview? Ik had gisteren toch een Esmée aan de lijn?” Zo ogenschijnlijk chaotisch als Maxim Hartman komt binnenlopen, zo tot in de puntjes voorbereid blijkt zijn komst. Uit een rugzak komen een met verf besmeurde tuinbroek („Ik moest altijd vieze kleren aan, aan het eind van zo’n avond was ik doorweekt”) en handschoenen die zó lang in een keukenkast hebben gelegen dat ze bij het aantrekken van ellende uit elkaar springen.

Nog geen vijf minuten later heeft Hartman enkel nog de tuinbroek aan. „En geen woord Nederlands hè? Die Chinezen. Maar telkens op het moment dat ik dacht: nu heb ik er echt geen zin meer in, dan waren ze ineens glashelder: ‘Jij goed werk, jij twee gulden meer.’” Of hij in het Chinese restaurant ook altijd halfnaakt in de spoelkeuken stond? „Dit is mooi toch, zo?” Tegen een net binnengekomen schoonmaakster: „Hello, I am your new dishwasher.”

Onmenselijk

De toon is gezet. Het enige probleem: dat Chinese restaurant bestaat niet meer. En de naam weet Hartman eigenlijk ook niet meer precies. „Vast Ni Hao, of zoiets. Het was trouwens ook niet zo’n goed restaurant.” Maar nadat we een willekeurig Amsterdams eetcafé bereid gevonden hebben de spoelkeuken overhoop te halen, waant Hartman zich met enig voorstellingsvermogen toch best vlot terug naar zijn tienerjaren in Delft. „Het was er niet erg netjes, nee.”

Lief vond hij ze wel, die Chinezen – drie in totaal. „Ik heb eigenlijk nooit in mijn leven mensen harder zien werken dan dat zij deden.” Met zijn drieën kookten ze voor vijftig man, tussendoor werd gegokt („Dobbelen, wedden, kaarten”) en ze hielpen Hartman zelfs met de afwas.

Dat laatste bleek overigens van groot belang om er uiteindelijk toch een jaar lang te werken. „Niet dat ik geen doorzettingsvermogen heb, dat heb ik wel. Maar ik vond het werk gewoon onmenselijk.” Lachend beschrijft Hartman hoe hij thuiskwam en bij menig bijbaantje zwoor het nooit vol te houden. „‘Ja jongen, zo is het leven’, zeiden mijn ouders dan. Als dit het leven is, dan denk ik dat ik mensen ga vermoorden.”

Ze zagen het als ik het niet redde, en kwamen me dan helpen

Bezemstok

Wat de Chinezen dan toch goed deden? Mededogen tonen. „Ze zagen het als ik het niet redde, en kwamen me dan helpen.” Zo leerden ze Hartman dat als je honderd borden in noodtempo schoon wil krijgen, je ze het beste in twee bakken sop kunt storten, om daar vervolgens heel hard met een bezemstok doorheen te roeren. „Kijk, zo.” Water klotst over de randen.

Bovendien leerde hij dat zelfs die dingen waarvan je denkt dat je ze niet kunt – die kun je. „In het begin dacht ik: zoveel afwas, dat kan niet in je eentje. Maar na drie maanden kon ik het tempo bijbenen.” Mist Hartman die fysieke overwinning, nu hij creatief werk doet? „Ja. Al ben ik daar nu wel mee bezig.” En dan wordt ook het halfnaakt op de foto verschijnen ineens zonneklaar: „Ik ben elke dag anderhalf uur als een beest aan het trainen, voor een fitness challenge tegen Henry Schut van Studio Sport.”